1. Inleiding

Leden van de AWN-afdeling Twente startten in 1996 met een archeologisch onderzoek ter plaatse van het Agnesklooster te Oldenzaal. De opgraving zou in totaal 2 jaar duren waarbij vrijwilligers de restanten van het klooster uit 1380-1651 blootlegden (Hinke, Hoitink & Ulrich, 2004). Tijdens het proefsleufonderzoek stuitten ze op een kuil gevuld met vlakglas van circa 1 meter diep en 1 meter in doorsnede. Al het glas is verzameld en vervolgens door vrijwilligers gewassen en gesplitst in drie categorieën: het gebrandschilderd glas, een selectie van het onbeschilderde glas met gebruiks- en/ of productiesporen en het overige glas. Het gebrandschilderde glas werd uitgelegd op melkwitte tafels met tl-buizen eronder. Het onbeschilderde glas met gebruiks- en/of productiesporen werd in een kleine rode chemobak bewaard. Het overige vlakglas werd weggegooid.

Wat het gebrandschilderde glas betreft, werden in de daaropvolgende jaren fragmenten glas aan elkaar gepuzzeld, door onder andere lid van de Archeologische Club Oldenzaal (ACO) Henriëtte Oolderink – Van Harten en ondergetekende. Eind 2019 moest de ACO zijn pand in Oldenzaal verlaten. De fragmenten gebrandschilderd glas werden per glasstuk in een zakjes gestoken en waar mogelijk samen met fragmenten met eenzelfde afbeelding in een grotere zak gedaan of middels een splitspen aan elkaar bevestigd. De zakken werden vervolgens in houten bakken gepakt en evenals het materiaal uit de rode chemobak opgeslagen in het depot van SOB Research te Beuningen. In 2019 werd eveneens een bruikleenovereenkomst aangegaan met het Provinciaal Depot Bodemvondsten Overijssel voor wat betreft het vlakglas.

In de daaropvolgende jaren tot begin 2023 werd een deel van het gebrandschilderd glas gedetailleerd uitgewerkt. Daarmee werd in het begin de nadruk gelegd op complete glasstukken, glasstukken met teksten, glasstukken met mensen, dieren of fabelwezens en wapenschilden. Vervolgens zijn omlijstingen en overige fragmenten uitgewerkt.

In 2020 nam oud-vrijwilliger van de Archeologische Club Oldenzaal Rob van der Kolk contact met me op. Hij was tijdens de opgraving van het Agnesklooster vrijwilliger en zag toentertijd het belang in van het bewaren van onbeschilderd vlakglas zonder gebruiks- en/of productiesporen. Hij heeft daarop een deel van het glas in enkele dozen gestoken en in zijn garage opgeslagen. Vanwege een verhuizing wilde hij het weg doen, waarop hij contact met mij opnam. Deze dozen werden eveneens ondergebracht in het depot van SOB Research te Beuningen. Daarmee werd de vondst weliswaar completer, maar mist nog altijd een groot deel. Eind 2024 is het onbeschilderde vlakglas middels een quickscan nader onderzocht. Het vondstmateriaal is in zijn geheel bekeken, om zo een duidelijk beeld te verkrijgen van de inhoud van de kuil en de grondstoffen en methodiek van de glazenier. Omdat de vondst niet compleet is, is ervoor gekozen om het materiaal niet te tellen en/ of te wegen. Dit tellen en wegen zou veel tijd kosten, maar levert geen kenniswinst op vanwege het incomplete karakter van de glasvondst.

Het vlakglas vlak nadat het uit de kuil was geborgen. Het betrof in totaal circa 1 kuub ofwel 1 bigbag glas.

Het gebrandschilderde glas werd op melkglazen tafels uitgelegd met licht eronder om het puzzelen van de afbeeldingen te bevorderen.

2. Productieafval

2.1 Restanten van glasplaten

Tussen het productieafval werden 31 koeienogen aangetroffen. Dit betreffen de littekens van de glasschijf daar waar het pontil van het glas werd gebroken. Daarnaast werden ook randen van dergelijke glasplaten aangetroffen. Op basis van deze randfragmenten kan worden geconcludeerd dat de glasschijven een diameter hadden van 78 – 140 centimeter.

Productieafval van glasschijven die middels de kroonglasmethode zijn vervaardigd waaronder een fragment met een koeienoog (links) en een randfragment (rechts).

Het merendeel van het afval dat werd aangetroffen is afkomstig van glasplaten die middels de cilinderglasmethode zijn vervaardigd. Deze rechthoekige platen werden aanvankelijk als cilinder geblazen, opengesneden, opengeklapt en op een ijzeren tafel platgewalst. Het productieafval van dergelijke glasplaten betrof merendeels vuurgepolijste randfragmenten, die afkomstig zijn van de randen van de cilinder. De randfragmenten zijn min of meer recht maar vaak wat onregelmatig zowel in rechtlijnigheid als de dikte. Ze zijn middels een diamantsnijder afgesneden van de plaat. Op de breuken zijn nog lichtelijk inkrassingen waarneembaar. Naast vuurgepolijste randen werden ook enkele hoekfragmenten van de glasplaat aangetroffen. Op deze plek werd de cilinder opengesneden. Hierbij ontstaat een combinatie tussen een vuurgepolijste rand en een gesneden rand. Bij het insnijden ontstaat er naast een breuk een lichte deuk daar waar druk werd gezet. De gesneden rand loopt daarom ook lichtelijk omhoog.

In afwijking van het afval van kroonglasschijven werden veel meer randfragmenten van cilinderglasplaten aangetroffen. Dit kan een verschil in herkenbaarheid zijn. Zo worden de randen van kroonglasplaten pas goed herkend bij wat grotere fragmenten waarbij de bolling zichtbaar is. Het is ook mogelijk dat de randen van kroonglasplaten voor een groot deel wel werden gebruikt en geplaatst als vensterglas en die van cilinderglasplaten niet.

Cilinderglas kent meer onregelmatigheden dan kroonglas. Deze onregelmatigheden ontstaan als gevolg van de productiewijze. Dit betreft bijvoorbeeld restanten glas op plekken langs de vuurgepolijste rand waar het pontil de rand van de cilinder raakte. Daarnaast zijn er onbedoeld onregelmatigheden ontstaan tijdens het productieproces. Dit betreffen welvingen, kreukels, overlappingen, gaten en inclusies van glas dan wel een ander materiaal.

Vuurgepolijste randfragmenten van een glasplaat die middels de cilinderglasmethode is vervaardigd.

Hoekfragmenten van een cilinderglasplaat met aan één zijde een vuurgepolijste rand en aan de andere zijde een gesneden rand.

Vuurgepolijste randfragmenten van een cilinderglasplaat met restanten glas daar waar het pontil de rand raakte.

Vervormingen van een cilinderglasplaat waaronder kreukels, gaten en vervuilingen. De foto is met strijklicht gemaakt om de vervormingen beter weer te geven.

Tussen het vlakglas werd slechts één fragment aangetroffen behorende bij een Tellerscheibe. Dit betreft een kleine ronde glasplaat die in zijn geheel werd gebruikt als vensterglas. Het fragment dat in Oldenzaal is aangetroffen, betrof iet minder dan een kwart van een dergelijke plaat. De oorspronkelijke diameter van het fragment was vermoedelijk circa 16 centimeter.

Bovenaanzicht van een kwart van een Tellerscheibe

Zijaanzicht van een Tellerscheibe

Tijdens de quickscan van het productieafval is gecontroleerd of er sprake was van Mehrschichtglas. Dit betreft ongekleurd gelaagd glas waarvan de lagen worden onderscheiden door veel luchtbelletjes. Dergelijk Mehrschichtglas was aanwezig tussen het productieafval van cilinderglasplaten. De fragmenten kroonglas en het fragment van de Tellerscheibe bevatte geen Mehrschichtglas. Het betreft dan ook vermoedelijk een element dat primair een resultaat is van de cilinderglasmethode.

Fragment van een cilinderglasplaat dat op de breuk is gefotografeerd (4x vergroot), met links littekens van het inkrassen van de diamantsnijder en rechts centraal uit het midden de overgang tussen twee lagen glas (Mehrschichtglas).

2.2 Snij-afval

Een relatief klein deel van het bewaard gebleven vlakglas betrof snij-afval. Dit is afwijkend van andere onderzochte vlakglasafvalcontexten en vermoedelijk het gevolg van het weggooien van een groot deel van het onbeschilderde, ongekleurde vlakglas zonder onregelmatigheden. Op de randen van het snij-afval zijn inkrassingen waarneembaar. Deze inkrassing was noodzakelijk om het vlakglas op de juiste plek te laten breken. Op basis van randfragmenten, roestsporen en de aanwezigheid van enkele fragmenten Mehrschichtglas kan worden geconcludeerd dat het in ieder geval snij-afval van cilinderglasplaten betreft. Het merendeel van het snij-afval was dusdanig klein van formaat dat de glassoort niet nader bepaald kon worden. Vermoedelijk dat het tevens snij-afval van kroonglasplaten bevatte.

Snij-afval

2.3 Gruisafval

De glazenier vertrouwde over het algemeen volledig op de diamantsnijder om het vensterglas in de juiste vorm te snijden. Toch bleef het gruisijzer een werktuig dat nog altijd nuttig was voor kleine correcties. Tijdens de quickscan werden slechts 4 fragmenten aangetroffen die het resultaat zijn van het gruizen van het vlakglas. Deze fragmenten zijn min of meer half rond en bevatte aan één zijde een of twee kleine inkepingen, op de plaats waar het gruisijzer was ingeklemd.

Enkele fragmenten gruisafval. De fragmenten zijn min of meer half rond en bevatte aan één zijde een of twee kleine inkepingen, op de plaats waar het gruisijzer was ingeklemd

2.4 Halffabricaten

Op een aantal fragmenten zijn lineaire inkrassingen waarneembaar. Deze inkrassingen kunnen voor een deel worden geïnterpreteerd als krassen om het glas hier kwetsbaar te maken zodat dit langs de breuk gemakkelijk zou breken. In de meeste gevallen betreft dit één kras, waarlangs het glas is gebroken. In sommige gevallen betreffen dit twee tot drie parallelle krassen langs de breuk. Mogelijk om extra zekerheid in te bouwen zodat de breuk niet te ver door zou lopen tot in het goede glas. Mogelijk dat dit werd gedaan op plekken waar het risicovoller was dat de breuk niet in een keer goed zou verlopen, bijvoorbeeld op plekken met onregelmatigheden in het glas. Alsnog komt het voor dat de breuk van het glas niet op een inkrassing loopt maar van deze inkrassing afwijkt. Dergelijke fragmenten worden beschouwd als halffabricaten.

Halffrabricaten met inkrassingen waarlangs het glas niet of slecht deels is gebroken.

2.5 Snijproeven

Inkrassingen op het glas die sterk afwijken van de halffabricaten betreffen fragmenten met vier tot tientallen min of meer parallelle inkrassingen die aan beide zijden van het vlakglas zijn aangebracht. Dergelijke inkrassingen komen zowel voor op productieafval als op oud vensterglas. Het is onduidelijk wat de reden achter deze fragmenten is. Mogelijk dat het snijproeven betreft. Een bijzonder exemplaar waar vier parallelle inkrassingen waarneembaar zijn, betreft een randfragment van een cilinderglasplaat. Naast deze ‘snijproef’ is ook een klein gedeelte van de vuurgepolijste rand gegruisd. Mogelijk dat dit een teststukje is voor beide methodes.

Snijproeven met vier tot tientallen min of meer parallelle inkrassingen die aan beide zijden van het vlakglas zijn aangebracht.

Randfragment van een cilinderglasplaat met zowel parallelle inkrassingen als een gegruisde rand.

2.6 Verfproeven

Verfproeven zijn een zeer kenmerkend onderdeel van glazeniersafval. En wel van het afval van een glazenier die niet alleen vensterglas in een raam plaatste maar het vensterglas tevens brandschilderde. In de afvalkuil aan de Boterstraat werd verfproef Type 2 aangetroffen. Dit betreft vingervormige fragmenten vlakglas met diamantgesneden zijdes waarop afwisselend en soms overlappend emailblauwe en zilvergele banen verf zijn aangebracht. Enkele van de verfproeven bevatte een inkrassing in de blauwe verf. Het lijkt op een vlugge golvende lijn mogelijk om de stabiliteit en uitvloeibaarheid van de verf te testen (Artefact nr. 1004 en 1011. Eén individu bevat het cijfer ‘acht’, het is onduidelijk of dit inderdaad bewust een cijfer is om onderverdeling tussen verschillende stalen te behouden of dat dit eveneens een vlugge, op een acht lijkende krabbel betreft met als enige doel om de stabiliteit en uitvloeibaarheid te testen (Artefact nr. 1016).

Verfproeven van vingervormige fragmenten vlakglas met diamantgesneden zijdes waarop afwisselend en soms overlappend emailblauwe en zilvergele banen verf zijn aangebracht, Type 2.

Vingervormige verfproef (Type 2) met inkrassing in de vorm van een ‘acht’ of ‘achttien’ Artefact nr. 1016

2.7 Overig

De glazenier had toegang tot een grote hoeveelheid vlakglas. Dit materiaal werd naast het vervaardigen van vensterglas eveneens gebruikt voor allerlei andere praktische doeleinden waaronder het gebruik als medium om op te schrijven en vermoedelijk eveneens als zijnde een palet.

Zes fragmenten vlakglas bevatten een of meerdere ingekraste letters (Artefact nr. 829/832, 834 en 835), waaronder twee fragmenten waar inkrassingen aan beide zijden van het glas aanwezig waren. Het merendeel van deze fragmenten was zeer fragmentarisch van aard en bevatte slechts één of enkele letters in combinatie met één of meerdere cijfers. Dit met uitzondering van twee fragmenten waarop enkele woorden staan genoteerd. De woorden zijn lastig te herkennen, dit vanwege het gebruik van in onbruik geraakte woorden, onbekende woord/lettercombinaties en afkortingen. Daarnaast lijkt het hier kladblaadjes te betreffen die waarschijnlijk alleen bedoeld waren als geheugensteun voor de glazenier en mogelijk zijn werknemers. Ze hadden dan ook niet als doel om circa 400 jaar later begrepen te worden door een buitenstaander. Het enige enigszins begrijpelijke fragment betreft een opsomming van 2, 23 en 10 “ruten”. Voor de aantallen staan over het algemeen incomplete woorden die mogelijk de vorm van de glasstukken aanduidde. Het enige complete en leesbare woord is “gehapt” of “geflapt”.

Deel van een fragment vlakglas met ingekrast letters en cijfers, zijnde:
[?]en K a
oinfab 16
[?]f R3
borhug 5
Het fragment is mogelijk gebruikt als kladblad of geheugensteun voor de glazenier en/ of zijn werknemers, Artefact nr. 834.

Deel van een fragment vlakglas met ingekrast letters en cijfers, zijnde:
[?]en
[?]mer 1 rut
[?]k 7 ruten
[?] gestopt 2 rut
[?]amer 23 rut
[?]er 10 rut
Het fragment is mogelijk gebruikt als kladblad of geheugensteun voor de glazenier en/ of zijn werknemers, Artefact nr. 835.

Een drietal afwijkende fragmenten vlakglas bevat een dikke laag roodgekleurde verf. Deze verf is aanwezig op één fragment productieafval (het centrum van een glasschijf met koeienoog), één fragment oud vensterglas waarop aan de andere zijde nog lichtelijk de contour van een beschildering waarneembaar is en op één fragment zonder verdere kenmerken. De verf is slordig en dik aangebracht. Vanwege de aard van de fragmenten en de wijze waarop de verf is aangebracht lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat dit een bewuste schildering betreft. Mogelijk kunnen deze scherven eerder worden geïnterpreteerd als een soort palet voor het mengen of aanmaken van verf.

Fragmenten vlakglas met een dikke laag roodgekleurde verf die slordig en dik is aangebracht. Het betreft mogelijk fragmenten productieafval en oud glas dat als palet heeft gediend voor het (aan)mengen van de verf.

3. Vensterglas

Het vensterglas betrof oud vensterglas dat door de glazenier is vervangen voor nieuw vensterglas. Het vensterglas is dan ook niet door de glazenier zelf vervaardigd maar door een van zijn concullega’s soms eeuwen eerder. Over het algemeen kan worden geconcludeerd dat het vensterglas uit de afvalkuil van Oldenzaal-Boterstraat gedateerd kan worden tussen circa 1400-1700. Het betreft zowel onbeschilderd, gebrandschilderd vensterglas als een enkel fragment met een ingekraste afbeelding.

3.1 Onbeschilderd vensterglas

Omdat het vondstcomplex incompleet was, is ervoor gekozen om alleen de min of meer complete fragmenten te selecteren om zodoende enig inzicht te krijgen in het vormenspectrum. Om diezelfde reden is het materiaal niet geteld. Een dergelijke telling zou namelijk sterk af kunnen wijken van daadwerkelijke aantallen.

Het merendeel van het onbeschilderd vensterglas betrof ruitvormige en driehoekige glasstukken met een kleine hoek van 67-86°. Vermoedelijk dat zij beide tot eenzelfde glas-in-loodpatroon hebben behoord, zijnde een losangeraam. Langs de randen van de ruiten zijn afdrukken waarneembaar daar waar het glas in het lood was gezet. De glasstukken zijn voor het merendeel middels het gruisijzer vormgegeven. Slechts een klein aantal heeft gesneden zijden. De fragmenten met gesneden zijdes glansden sterker dan de fragmenten met gegruisde zijden, vermoedelijke een resultaat van een kort (gesneden) dan wel lang (gegruisd) gebruik als vensterglas waarbij de fragmenten die langer in de ramen hebben gezeten langere tijd aan verwering hebben blootgestaan. Er lijkt voornamelijk sprake te zijn van het gebruik van cilinderglasplaten. Er werden namelijk wel duidelijke aanwijzingen aangetroffen op het glas van deze glasplaten (rode sporen, onregelmatigheden, delen van randen) en geen aanwijzingen voor het gebruik van andersoortig glas.

Een klein aantal glasstukken betrof vierhoekige fragmenten met hoeken van 90°. Dit betrof voor het merendeel breukglaasjes. Deze kleine rechthoekige glasstukken werden langs de randen van het kozijn geplaatst. Vierhoekige glasstukken die het grootste oppervlak van een glas-in-loodraam bevatten werden slechts sporadisch aangetroffen. Dit betrof één rechthoekig fragment van 8,8 x 6,7 cm en twee ongekleurde vierkante fragmenten van 6,5 x 6,5 cm. Het betroffen in elk geval fragmenten met gegruisde rand.

Ruitvormige glasstukken zowel met gegruisde als gesneden zijden.

Vierhoekige glasstukken met hoeken van 90°.

Naast fragmenten behorende bij de centrale beglazing werden enkele afwijkende vormen aangetroffen die mogelijk gerelateerd zijn aan decoratie langs de bovenzijde van het venster. Dit betreft vijfhoekige fragmenten die voor een deel ruitvormige en voor een ander deel rechthoekig zijn uitgevoerd. Deze fragmenten zijn zowel breed (circa 9 centimeter) als smal (6,5 centimeter). Het is onduidelijk of dit een gevolg is van de grootte van de ruitjes, de plaatsing in het raam of dat zij mogelijk een op zichzelf staand fenomeen betreffen. De smalle fragmenten doen sterk denken aan de glasstukken die worden gebruikt voor het vier-zes-achtkantpatroon, echter werden geen complete individuen aangetroffen die hierbinnen passen en bevatten de complete individuen telkens één rechthoekige zijde.

Enkele aangetroffen fragmenten doen sterk denken aan het Spitsboogpatroon waarbij de rand van een venster wordt gesierd door twee rijen halve ietwat spits toelopende cirkels met daartussen een opvulling van een vierpuntige ster. Van beide fragmenten zijn individuen aangetroffen. Mogelijk dat enkele halfronde, half spitsvormige fragmenten eveneens in een dergelijke sierrand waren verwerkt. Dergelijke sierranden kwamen voor in de 17de – 19de eeuw (Janse, 1987).

Afwijkende vorm van een deels als ruit, deels als vierhoekig fragment uitgevoerd glasstuk. Mogelijk dat deze vorm werd gebruikt als decoratie.

Afwijkende vorm mogelijk een onderdeel van een sierrand in spitsboogpatroon.

Vier afwijkend gevormde glasstukken. Vermoedelijk hebben zij eveneens onderdeel uitgemaakt van een sierrand, echter is onbekend wat het patroon daarvan was.

Daarnaast werden enkele afwijkend gevormde fragmenten aangetroffen waarvan er slechts één in de selectie van het vondstmateriaal aanwezig was. Het lijken over het algemeen fragmenten met dermate onregelmatige vorm dat de vorm van het glas is aangepast aan het omliggende kozijn of omliggende al dan niet gebrandschilderde of gekleurde glasstukken. De fragmenten zouden tot een logisch geheel behoord kunnen hebben, echter is die logica op basis van een enkel glasstuk niet te achterhalen. Uitzondering hierop betreft een fragment dat kenmerkend is voor een boogjespatroon (Janse, 1987). Dit glasstuk is gevormd uit een sterk golvend deel van een glasplaat, en mogelijk om die reden niet goed toepasbaar voor hergebruik.

Selectie van afwijkend gevormde fragmenten waarvan er slechts één in het vondstmateriaal aanwezig was.

Een deel van het onbeschilderde vensterglas is door de glazenier vermoedelijk hergebruikt. Deze fragmenten bevatten afdrukken op plekken waar zijn in het lood gezet waren, maar bevatten eveneens één of meerdere zijdes die nadat ze uit het lood zijn verwijderd met een diamantsnijder zijn gesneden. Het betreft zowel ruitvormige, vierhoekige en andersoortige vormen. Het deel dat werd aangetroffen in de afvalkuil betreft vermoedelijk het ongebruikte deel van het oude vensterglas. Het andere deel is vermoedelijk hergebruikt in een ander venster.

Deze fragmenten bevatten sporen van hergebruik. Het oude vensterglas is met een diamantsnijder bijgesneden. Vermoedelijk dat het niet aanwezige deel is hergebruikt in een venster.

3.2 Gebrandschilderd vensterglas

Een deel van het gebrandschilderd glas is in detail bekeken, gefotografeerd en gedetermineerd. Dit betreft in totaal 2746 fragmenten die onderdeel uitmaakten van 1750 glasstukken. Naar schatting is dit circa 25 tot 33 procent van het gehele aantal gebrandschilderde fragmenten. Het gedetailleerde onderzoek kostte veel tijd en energie. Gedurende het gedetailleerde onderzoek kwamen enkele bijzonderheden aan het licht. De mate waarin deze aan het licht kwamen werd steeds minder, tot op het moment dat de kenniswinst voor het onderzoeken van nog meer fragmenten dusdanig klein was geworden dat in samenspraak met promotiebegeleider Roos van Oosten is besloten om het gedetailleerde onderzoeken tot zover te voltooien.

Op basis van het onderzochte deel van het gebrandschilderd glas kan worden geconcludeerd dat het vensterglas dateert tussen 1400 – 1700 na Chr. en dat het glas aanwezig is geweest in profane gebouwen. Mogelijk voor de inrichting van gebouwen met een publieke of private functie. Dit betreft onder andere een groot aantal (onderdelen van) wapenschilden, enkele Bijbelse centrale voorstellingen en teksten ter viering van het huwelijk of ter verduidelijking van een schenking. Deze centrale voorstellingen werden omringd door geometrische en florale decoratie of omringd door (fabel) wezens of architecturale elementen.

Het voorliggende onderzoek richt zich in mindere mate op de afbeeldingen. Het soort afbeelding zegt slechts zeer oppervlakkig iets over het ambacht van de glazenier. Het onderzoek heeft zich voornamelijk gericht op productiesporen op het glas. Deze productiesporen zullen in detail worden beschreven in hoofdstuk 7.

De productiesporen zijn in de database ingedeeld in drie typen.

  • Productiesporen op de glasplaat betreffen sporen die tijdens de vervaardiging van de glasplaat zijn ontstaan. Over het algemeen wordt vlakglas met onregelmatigheden en randfragmenten niet gebruikt voor de vervaardiging van (gebrandschilderd) vensterglas. Dit blijkt echter niet altijd het geval te zijn. Binnen het vondstcomplex van de Boterstraat zijn zowel gesneden als vuurgepolijste randfragmenten van de cilinderglasplaat gebruikt als vensterglas. Daarnaast bevatten sommige fragmenten gebrandschilderd glas onregelmatigheden als vervormingen, grote luchtbellen en inclusies.
  • Primaire productiesporen van de glazenier betreffen sporen die gerelateerd kunnen worden aan de vervaardiging van het vensterglas uit een glasplaat. Sporen van het op maat maken van het glasstuk als insnijdingen langs of op de breuk. Daarnaast werden aan de achterzijde inkrassingen waargenomen in de vorm van cijfers (ter aanduiding van de locatie binnen een glaspaneel) en merktekens vermoedelijk als aanduiding dat dit glas door dezelfde glazenier is vervaardigd.
  • Secundaire productiesporen van de glazenier betreffen sporen die gerelateerd kunnen worden aan het vervangen van het vensterglas zoals bepaalde breukpatronen die samen komen in één punt van impact en mogelijk gerelateerd zijn aan het uitnemen van het glas. Het zijn ook sporen die gerelateerd kunnen worden aan het hergebruik van oud vensterglas voor de plaatsing in een nieuw raam. Dit zijn bijvoorbeeld fragmenten gebrandschilderd glas met een insnijding langs of op een breuk op een voor de afbeelding onlogische plek of aan de voorzijde van het glas. De hier aangetroffen fragmenten zijn voor een groot deel niet hergebruikt. Ze bevatten namelijk geen afdruk van een loodprofiel. Het ontbrekende deel dat niet in de kuil werd aangetroffen, is mogelijk wel hergebruikt in een venster. Voor een klein deel werden wel fragmenten aangetroffen die oorspronkelijk hebben behoord bij een groter glasstuk en zijn aangepast om wel in een venster als stopstuk te kunnen worden geplaatst. Naast hergebruik werden glasstukken aangetroffen die vermoedelijk zijn gerepareerd. Een van oorsprong rondlopend, gegruisd glasstuk met de afbeelding van een bisschop is later gerepareerd. Langs de breuk die door het midden loopt zijn afdrukken waarneembaar van een loodprofiel. Een fragment dat mogelijk eveneens bestemd was voor hergebruik is een fragment met een wapenschild en daaronder een tekst. Een deel van deze tekst is bewust met een scherp voorwerp weggekrast. Dit kan duiden op hergebruik, maar ook op een fout die de glazenier in eerste instantie trachtte goed te maken door het verkeerde deel weg te krassen. Een afwijkend glasstuk oud gebrandschilderd vensterglas bevat een dikke witte, kalkachtige substantie. Dit medium is aanwezig aan de voorzijde van een gebrandschilderd glasstuk waar een vooralsnog onbekend wapenschild op is afgebeeld (Artefact nr. 1340). Het doet sterk denken specie.

Gebrandschilderde fragment met inkrassingen in de vorm van een cijfer ter aanduiding van de locatie binnen een glaspaneel (Artefact nr. 25, 14 en 31, Typecode 10). De foto’s van de gebrandschilderde glasstukken zijn gespiegeld.

Gebrandschilderde fragment met inkrassingen in de vorm van een merkteken ter aanduiding van de maker (Artefact nr. 407, Typecode 7). De foto van de gebrandschilderde glasstuk is gespiegeld.

Gebrandschilderde fragment met inkrassing langs de breuk aan achterzijde. Mogelijk met als doel om het andere deel te herbruiken (Artefact nr. 1166).

Gebrandschilderde fragment dat vermoedelijk is hergebruikt als stopstuk (Artefact nr. 99).

Gebrandschilderde fragmenten die vermoedelijk zijn hergebruikt als stopstuk (Artefact nr. 994).

Gebrandschilderde fragmenten met de afbeelding van een bisschop. Het oorspronkelijk ronde glasstuk is vermoedelijk gebroken en langs de breuk opnieuw middels lood vastgezet. Het fragment heeft grote temperatuurverschillen gekend, dat blijkt uit de sterk onregelmatige breuk op zijn rechter schouder (Artefact nr. 565, Typecode 107).

Detail van een gebrandschilderd fragment met weggekraste tekst (Artefact nr. 243, Typecode 69) in strijklicht van onderen.

Gebrandschilderde glasstuk met de afbeelding van een onbekend wapenschild. Aan de voorzijde is een witte kalkachtige, hardnekkige substantie aanwezig. Vermoedelijk heeft de glazenier het oude vensterglas herbruikt om hierop zijn specie te mengen (Artefact nr. 1340). Het fragment is gefotografeerd met opzicht.

3.3 Gekleurd vensterglas

Het gekleurde glas betreft al dan niet beschilderd glas dat is vervaardigd uit gekleurde glasplaten. Op basis van de quickscan van het vlakglas kan worden geconcludeerd dat de glazenier zelf geen beschikking had over gekleurde glasplaten. Er werd namelijk geen productieafval van dergelijke glasplaten aangetroffen.

Tussen het oud vensterglas werd zowel door en door gekleurd glas aangetroffen als Überfangglas. Het door en door gekleurde glas was licht blauw tot helderblauw gekleurd. In combinatie met zilvergeel oogden enkele fragmenten groen. Blauw Überfangglas is gebruikt als ondergrond van een wapenschild van de familie Van der Capellen. Ter plaatse van het kruis en de toren is de bovenste blauwe laag weggekrast. Binnen dit weggekraste gedeelte is gebrandschilderd. Er werden ook fragment rood Überfangglas aangetroffen.

Het onbeschilderde gekleurde glas was over het algemeen vierhoekig van vorm en heeft vermoedelijk onderdeel uitgemaakt van een rand. Het beschilderde gekleurde glas was over het algemeen onregelmatig gevormd. Deze fragmenten dateren voornamelijk in de 15de eeuw toen het toevoegen van kleur middels emailverf nog opkomende was.

Gebrandschilderde glasstuk met de linkerhelft van een gedeeld wapenschild waarop het wapen van de familie Van der Capellen is afgebeeld. Het wapen is vormgegeven op plaque blauw glas waarbij het blauw op delen is weggekrast. (Artefact nr. 1, Typecode 1).

Detail van het gebrandschilderde glasstuk met het wapen van de familie Van der Capellen, waarop de inkrassingen duidelijk waarneembaar zijn. (Artefact nr. 1, Typecode 1).

3.4 Ingekrast vensterglas

Een uitzonderlijk fragment betreft een stuk vlakglas met daarop ingekrast de beeltenis van een vrouw met hoed die haar kind de borst geeft (Artefact nr. 833). Het fragment is zowel aan de voor- als achterzijde ingekrast. Het is onduidelijk of dit vensterglas betreft, omdat er geen aanwijzingen op aanwezig zijn die indiceren dat het glas in lood gevat is geweest. Het is wel een bijzonder kunstig fragment in de manier waarop schaduwwerking is verwerkt door het aantal inkrassingen te vergroten en te verkleinen en op sommige plekken te benadrukken met inkrassingen aan de achterzijde. Binnen Nederland zijn er vooralsnog geen fragmenten aangetroffen die op dezelfde wijze zijn uitgevoerd.

Ingekraste afbeelding van een vrouw die een kind de borst geeft (Artefact nr. 833, Typecode 146) als doorzichtfoto (links), de voorzijde gefotografeerd met opvallend licht (midden) en de achterzijde met opvallend licht (rechts). Zowel de voor als achterzijde zijn ingekrast om meer schaduwwerking te creëren.

4. Loodstrips

Binnen de kuil werd een beperkt aantal loodstrips aangetroffen. Het betreft moderne loodstrips met een H-profiel, type D (Kaufmann, 2010, p. 220). Dergelijke loodstrips zijn relatief dun en bevatten relatief brede flanken De loodstrips zijn middels een loodmolen gedraaid. Het betrof langwerpige stukken. Eén fragment betrof een knoopje mogelijk ter bevestiging van het glas in lood-paneel aan een glasroede.

Loodstrips afkomstig uit de afvalkuil van Oldenzaal-Boterstraat.

5. Conclusie

Op basis van het aangetroffen vondstmateriaal kan worden geconcludeerd dat de kuil het afval van een glazenier of glazenierswerkplaats bevatte. Vanwege het aantreffen van verfproeven kan eveneens worden geconcludeerd dat de glazenier niet alleen vensterglas op maat sneed en in lood zette maar dat het glas eveneens werd gebrandschilderd. De kuil dateert vermoedelijk in de tweede helft van de 17de eeuw. Archiefonderzoek met behulp van stadsarchivaris van Oldenzaal, Niels Bakker kon geen duidelijkheid worden verkregen over de aanwezigheid van een glazenier op deze locatie.

Op basis van het vondstmateriaal kan de werkwijze in hoofdlijnen worden gereconstrueerd. De glazenier beschikte over verscheidene soorten glasplaten: cilinderglasplaten, kroonglasschijven en Tellerscheiben. Deze glasplaten werden met een diamantsnijder op maat gesneden, al dan niet beschilderd en met behulp van loodstrips in vensters geplaatst. Het gebrandschilderde vensterglas is profaan van aard en bevat voornamelijk wapenschilden, kleine Bijbelse voorstellingen en teksten, die werden omringd door sierlijk vormgegeven lijsten en figuren. Ondanks dat het gebrandschilderd glas niet zozeer het werk van de glazenier zelf is maar eerder van zijn voorgangers, kan er wel vanuit worden gegaan dat het type opdrachtgevers min of meer gelijkend is geweest, daar het glas in dezelfde woningen werd geplaatst, zij het enkele decennia/eeuwen later. Deze opdrachtgevers waren voornamelijk gegoede burgers die gebrandschilderd glas kochten om als geschenk te geven bijvoorbeeld voor een huwelijk. Onder deze schenkers bevonden zich normale mensen zonder nadere duiding maar ook geestelijken, bijvoorbeeld een Semiprebendaris uit Oldenzaal en politieke ambtsdragers zoals burgemeester Hendrick.

Bij het vervangen van de ramen werd het oude vensterglas verzameld door de glazenier en meegenomen naar diens werkplaats. Nog bruikbare stukken zijn hergebruikt, voorafgaand aan dit hergebruik zijn ze al dan niet in de juiste vorm gesneden. Vervolgens is het onbruikbare deel vensterglas verzameld en in een kuil gedeponeerd. In deze kuil werd zeer weinig ander vondstmateriaal aangetroffen, wat erop wijst dat het glas zeer bewust als aparte vondstcategorie is ingezameld. Mogelijk met als doel dit te recyclen. Dit is echter nooit gebeurd.

Foto (boven) en bewerkte tekening (onder) van een gebrandschilderd fragment dat is geschonken door een semiprebendaris uit Oldenzaal (Artefact nr. 95, Typecode 35).

Foto van een gebrandschilderd fragment dat is geschonken door een burgemeester (Artefact nr. 276) met de tekst:
Hendrick anders genant Hel-
vinck Borgmester […] Tonnisken
syn h[u]ssfrow – 16[…]