In Nederland zijn enkele vondsten bekend die onder de noemer glazeniersafvalkuilen kunnen worden gerekend. Het is goed mogelijk dat er in Nederland meer glazeniersafvalkuilen zijn aangetroffen. Deze worden over het algemeen niet goed herkend. Daarnaast ligt de focus van een dergelijke vondst voornamelijk op het kleine percentage gebrandschilderd glas, terwijl juist onderzoek naar de complete inhoud van de kuil veel meer inzicht geeft over de glazenier die daar werkzaam was.

Harderwijk (jaren ’80)

In het centrum van Harderwijk werd in de jaren ’80 een glasvondst gedaan aan de Knijptang. In een cirkelvormige greppel werd ‘fijngestampt, groenachtig vensterglas’ aangetroffen. De vondst betrof 95 kilogram vensterglas (blank en gebrandschilderd) en 17 kilogram glazeniersafval (waaronder vier koeienogen en afgesneden randen van glasschijven). Het materiaal dateert van voor 1660.

  • E.J. Feenstra, ‘Het ontstaan van Harderwijk’, Westerheem 4; 1984, pp. 150 – 166

Alkmaar Marktstraat (1990)

In Alkmaar wordt een vondst van 206 kilogram vensterglas aan de Marktstraat toegeschreven aan een glazenier. Het vensterglas waaronder 30 fragmenten gebrandschilderd glas, werd in 1990 aangetroffen in een tonput. De vondst kon op basis van archiefonderzoek worden toegeschreven aan glazenier Barent Dircksz die hier tussen 1655 – 1671 heeft gewoond.

  • R. Hildebrand en R. Roedema, `Glasvondsten uit de Marktstraat`, in: P. Bitter, e.a. Uit de Alkmaarse bodem, archeologische vondsten 1986-1992, Alkmaar 1992

Zutphen Nieuwstadkerk (1999)

Sikkelvormige tot halfronde (zeer kenmerkende) fragmenten glazeniersafval uit Zutphen – Nieuwstadskerk

De grote glasvondst bij de Nieuwstadkerk die in 1999 tijdens een opgraving werd aangetroffen, werd lange tijd verkeerd geïnterpreteerd. Voorheen werd gedacht dat de glasscherven na de plunderingen en de vernielingen van de Staatse en Waalse troepen in 1572 bij elkaar waren geveegd door de kerkmeester die in het pand naast de glasvondst woonde. En dat deze kerkmeester de scherven vervolgens in een kuil had gegooid. Echter bleek de vondst niet alleen (gebrandschilderd en) gebruikt vensterglas te bevatten maar juist grote hoeveelheden productieafval.

De locatie waar de vondst werd aangetroffen heeft tussen 1583 – 1600 braak gelegen. Waarschijnlijk dat in die periode een glazenier gebruik heeft gemaakt van het perceel. Deze glazenier was verantwoordelijk voor het vervangen van het oude (grotendeels kapotgeslagen) vensterglas van de Nieuwstadskerk, maar had daarnaast ook opdrachten buiten de kerk (getuige enkele profane gebrandschilderde kalibers).

De glazenier van de Nieuwstadskerk gebruikte naast lichtgroengetinte glasplaten, tevens glasplaten van pliqué glas (rood en blauw) en blauw glas.

  • M. de Jongh, ‘De Zutphense glasvondst & gebrandschilderd glas in Nederland van vóór 1600’, Zutphense Archeologische Publicaties 8, 2003
  • J. Melis, ‘De glasdepositie: Een glazenier in de schaduw van de kerk’; in J. Krijnen en M. van Velzen – Barendsen, De Nieuwstadskerk in Zutphen: 750 jaar bouwgeschiedenis, restauratie, inrichting, Dieren: 2020, p. 137 – 145

Zutphen Houtmarkt 67 (2006)

De glasvondst van de Houtmarkt 67 die in 2006 is aangetroffen, betreft vensterglas (waaronder gebrandschilderd glas dat dateert tussen 1300 – 1600) en glazeniersafval. Het glazeniersafval kan worden gerelateerd aan ‘meister’ Christoffer Godekinck die er vanaf 1599 heeft gewoond. Op basis van archiefonderzoek kan worden geconcludeerd dat het een glazenier was met een bijzonder goede reputatie en met grote opdrachtgevers (waaronder Prins Maurits). (Mondelinge mededeling M. Groothedde)

  • H.A.C. Fermin en M. Groothedde: ‘Een kuil met gebrandschilderd glas en andere vondsten uit het achtererf van Houtmarkt 67’, Zutphense Archeologische Publicaties 10, 2007

Roermond Dionysiusstraat (2009)

Kaliber uit Roermond (2009, code M0500-0014). Foto: SOB Research

Tijdens een opgraving in het oostelijk deel van de oude binnenstad troffen archeologen van SOB Research ruim 1.200 kilo glas aan. Het merendeel betrof vensterglas. De vondst is aangetroffen in een toogkelder die werd aangelegd tijdens de bouw van een huis na 1554 (na de stadsbrand). Dat huis is tijdens de tweede grote stadsbrand in 1665 afgebrand.

De vondst bevatte zo’n 8.400 fragmenten versierd vensterglas. De vondst wordt gedateerd tussen 1200 en 1600. Archeoloog Jente van den Bosch vermoedt dat we hier met een glasvoorraad en met productieafval te maken hebben. Een deel van de glasfragmenten kunnen namelijk geïnterpreteerd worden als productieafval zoals koeienogen, half gesmolten fragmenten en afsnijdsels.

Archiefonderzoek heeft uitgewezen dat het huis aan glasmaker Marten Stams toebehoorde. Vermoedelijk had hij het glas verzameld om op een later moment omgesmolten te worden. Stams’ stiefvader was tevens glasmaker en woonde schuin aan de overkant van de Dionysiusstraat (destijds ‘De Dries’). Het is ook mogelijk dat Stams het glas van zijn stiefvader in bewaring had.

  • J.E. van den Bosch: Archeologische begeleiding en archeologische opgraving plangebied Quartier Damianus, Roermond, Gemeente Roermond. Een nadere uitwerking van de glasvondst van Roermond; SOB Research, Heinenoord: 2017. Via: sobresearch.nl.
  • J.E. van den Bosch: ‘De glasvondst van Roermond’. In: Vormen uit Vuur 215/216, nr 4/1: 79-84; Nederlandse Vereniging van Vrienden van Ceramiek en Glas: Amsterdam 2011. Via: sobresearch.nl.

Rotterdam (2009 – 2010)

Tijdens de opgraving van de Markthal in 2009 t/m 2010 werden in een mestkuil uit de eerste helft van de 15de eeuw 750 stuks vlakglas aangetroffen. Het glas bevatte veel randfragmenten (waarschijnlijk van cilinderglas), enkele fragmenten glas met oneffenheden (productiesporen voor het vervaardigen van de glasplaat) en twee fragmenten gebrandschilderd glas, waaronder een bandruitje met ruitvorm vergelijkbaar met Type 6.

  • P.H.J.I. Ploegaert, Rotterdam Markthal; Archeologisch onderzoek 2; Bewoningssporen en vondsten uit de stedelijke periode (14e-18e eeuw), de bedijking van en de bewoning op het voormalige Westnieuwland in Rotterdam; BOORrapporten 469-deel 2, Rotterdam: 2013, p. 143. Via: Archis.

Klooster Klaarkamp (2010)

Tijdens onderzoek naar de terp van het Cisterciënzerklooster Klaarkamp (gemeente Dantumadeel) in 2010 werd in de grachtvulling veel restafval van werkplaatsen aangetroffen, waaronder glazeniersafval en vensterglas. Het glas werd aangetroffen in een natte context; door het wegnemen van het glas uit deze natte context is het snel gaan verkleuren en verkruimelen. Het klooster was in gebruik tussen circa 1150 – 1600.

  • J. van Doesburg en J. Stöver, ‘ ‘Tmeeste ende tgrootste van alle cloisteren, wel begraven mit wyden graften; Waardestellend archeologisch onderzoek naar het cistercienserklooster Klaarkamp (gem. Dantumadeel) in september 2010’, Rapportage Archeologische Monumentenzorg 210; 2012

Alkmaar Langestraat (2015)

Tijdens archeologisch onderzoek in 2015 in Alkmaar werd in een beerput aan de Langestraat glazeniersafval aangetroffen. Het betrof vensterglas (waaronder gebrandschilderde fragmenten) en glazeniersafval van glasplaten die door middel van de cilindermethode zijn vervaardigd. Op basis van archiefonderzoek kan worden geconcludeerd dat het waarschijnlijk het afval van glazenier Klaas Jacobszn betreft die hier tussen 1642 – 1656 actief was. (Mondelinge mededeling P. Bitter, in productie)

Gerelateerde glasvondsten

Groningen (1986)

Aan het Gedempte Kattendiep werd in 1986 een glasblazersoven aangetroffen en een grote concentratie glasscherven, bestaande uit vensterglas (gebrandschilderd en onbeschilderd) en glazeniersafval. De kuil wijkt af van de andere genoemd voorbeelden, omdat het niet zo zeer een afvalkuil van een glazenier betreft, maar eerder glazeniersafval dat elders in de stad is verzameld en als grondstof voor de productie van glas in deze kuil is verzameld.

  • F. Adolfs, et al, Kattendiep Deurgraven. Historisch-archeologisch onderzoek aan de noordzijde van het Gedempte Kattendiep te Groningen, Groningen 1988