In Nederland zijn enkele vondsten bekend die onder de noemer glazeniersafval kunnen worden gerekend. Het is goed mogelijk dat er in Nederland meer glazeniersafval is aangetroffen. Deze worden over het algemeen niet goed herkend. Daarnaast ligt de focus van een dergelijke vondst voornamelijk op het kleine percentage gebrandschilderd glas, terwijl juist onderzoek naar het onbeschilderde productieafval veel meer inzicht geeft over de glazenier die daar werkzaam was.

Harderwijk (jaren ’80)

In het centrum van Harderwijk werd in de jaren ’80 een glasvondst gedaan aan de Knijptang. In een cirkelvormige greppel werd ‘fijngestampt, groenachtig vensterglas’ aangetroffen. De vondst betrof 95 kilogram vensterglas (blank en gebrandschilderd) en 17 kilogram glazeniersafval (waaronder vier koeienogen en afgesneden randen van glasschijven). Het materiaal dateert van voor 1660.

  • E.J. Feenstra, ‘Het ontstaan van Harderwijk’, Westerheem 33; 1984, pp. 150 – 166

Groenlo, Notenboomstraat (1989)

Op 5 en 6 september 1989 trof de heer J. Hubers in zijn achtertuin (Notenboomstraat 14) bij graafwerkzaamheden ten behoeve van tuinaanleg een kuil aan. Deze bevond zich onder de bouwvoor, was komvormig, had een afmeting van circa 2 x 1 meter en een diepte van 80 centimeter, en lag circa 3 meter uit de achtergevel van Notenboomstraat 14 en 16. Beide panden maakten oorspronkelijk deel uit van één dubbelpand dat dateert uit circa 1625, direct van na een grote stadsbrand. In 1832 is er nog sprake van 1 kadastraal nummer (1 pand).

De kuil is uitgegraven en de vondsten zijn geborgen. Het materiaal is gewassen en gesplitst. Het grootste deel van de kuilinhoud bestaat uit vlakglas; circa 40 kilo (snijafval en oud vensterglas). Daarnaast werden fragmenten loodstrip, huttenleem, keramiek, natuursteen en twee munten uit 1599 en 1668 aangetroffen (Vondstnummers: NO-89-5 en NO-89-6).

  • Op basis van een mondelinge mededeling van de heer J. Hubers (archeoloog RAAP)

Alkmaar Marktstraat (1990)

In Alkmaar wordt een vondst van 206 kilogram vensterglas aan de Marktstraat toegeschreven aan een glazenier. Het vensterglas waaronder 30 fragmenten gebrandschilderd glas, werd in 1990 aangetroffen in een tonput. De vondst kon op basis van archiefonderzoek worden toegeschreven aan glazenier Barent Dircksz die hier tussen 1655 – 1671 heeft gewoond.

  • R. Hildebrand en R. Roedema, `Glasvondsten uit de Marktstraat`, in: P. Bitter, e.a. Uit de Alkmaarse bodem, archeologische vondsten 1986-1992, Alkmaar 1992

Zutphen Nieuwstadkerk (1999)

Sikkelvormige tot halfronde (zeer kenmerkende) fragmenten glazeniersafval uit Zutphen – Nieuwstadskerk

De grote glasvondst bij de Nieuwstadkerk die in 1999 tijdens een opgraving werd aangetroffen, werd lange tijd verkeerd geïnterpreteerd. Voorheen werd gedacht dat de glasscherven na de plunderingen en de vernielingen van de Staatse en Waalse troepen in 1572 bij elkaar waren geveegd door de kerkmeester die in het pand naast de glasvondst woonde. En dat deze kerkmeester de scherven vervolgens in een kuil had gegooid. Echter bleek de vondst niet alleen (gebrandschilderd en) gebruikt vensterglas te bevatten maar juist grote hoeveelheden productieafval.

De locatie waar de vondst werd aangetroffen heeft tussen 1583 – 1600 braak gelegen. Waarschijnlijk dat in die periode een glazenier gebruik heeft gemaakt van het perceel. Deze glazenier was verantwoordelijk voor het vervangen van het oude (grotendeels kapotgeslagen) vensterglas van de Nieuwstadskerk, maar had daarnaast ook opdrachten buiten de kerk (getuige enkele profane gebrandschilderde kalibers).

De glazenier van de Nieuwstadskerk gebruikte naast lichtgroengetinte glasplaten, tevens glasplaten van pliqué glas (rood en blauw) en blauw glas.

  • M. de Jongh, ‘De Zutphense glasvondst & gebrandschilderd glas in Nederland van vóór 1600’, Zutphense Archeologische Publicaties 8, 2003
  • J. Melis, ‘De glasdepositie: Een glazenier in de schaduw van de kerk’; in J. Krijnen en M. van Velzen – Barendsen, De Nieuwstadskerk in Zutphen: 750 jaar bouwgeschiedenis, restauratie, inrichting, Dieren: 2020, p. 137 – 145

Groenlo, Nieuwstad (2001)

Na afloop van een Archeologische Begeleiding van rioleringswerkzaamheden door Synthegra in november 2001 werd door Freek Hubers een glasconcentratie aangetroffen in een kuil van circa 60 x 60 x 40 centimeter op de kruising van de Nieuwstad en de Kerkwal. Het betrof een kleine kuil met glasafval van circa 3,6 kilo. Op basis van een quickscan kan worden geconcludeerd dat het een afvalkuil van een glazenier betreft. Het betreft afvalglas (1265 gram), vensterglas (295 gram) en vlakglas dat niet nader gedefinieerd kan worden (1994 gram). Vanwege het aantreffen van voornamelijk diamantgesneden fragmenten vensterglas en afvalglas kan de vondst zeer waarschijnlijk worden gedateerd tussen 1650 en 1750 na Chr.

Meer weten: lees hier de resultaten van de Quickscan.

  • Op basis van mondelinge mededeling van de heer J. Hubers (archeoloog RAAP) en eigen bevindingen (Quickscan)

Middelburg Mortiere (2006)

Langs de Nina Simonestraat in de Middelburgse wijk Mortiere III werden tijdens een proefsleuvenonderzoek en een archeologische opgraving in totaal 3 kuilen aangetroffen die waren gevuld met vensterglas al dan niet met bakstenen, zijnde Spoor nr. 25 en 26 (proefsleuvenonderzoek) en Spoor nr. 11 (archeologische opgraving). Het betrof randfragmenten waarvan het merendeel was vervaardigd door middel van de cilinderglasmethode en een klein deel door middel van de slingerglasmethode. Op basis van de kleur werd het glas in de 18de eeuw gedateerd.

Tijdens het archeologisch onderzoek werden het hoofdgebouw, bijgebouwen en de molenfundering aangetroffen van een buskruitfabriek, genaamd ‘De Eendragt’ die tussen 1700 en 19de eeuw in gebruik was en later als hofstede werd bewoond.

  • P. C. de Boer en D. A. Gerrets: Middelburg Mortiere, Vindplaats 1, 2, 9, 18 en 19, een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven, Amersfoort 2007
  • N.L. Jaspers et al.,: Molens te Middelburg Mortiere, een archeologische opgraving, Amersfoort 2009

Zutphen Houtmarkt 67 (2006)

De glasvondst van de Houtmarkt 67 die in 2006 is aangetroffen, betreft vensterglas (waaronder gebrandschilderd glas dat dateert tussen 1300 – 1600) en glazeniersafval. Het glazeniersafval kan worden gerelateerd aan ‘meister’ Christoffer Godekinck die er vanaf 1599 heeft gewoond. Op basis van archiefonderzoek kan worden geconcludeerd dat het een glazenier was met een bijzonder goede reputatie en met grote opdrachtgevers (waaronder Prins Maurits). (Mondelinge mededeling M. Groothedde)

  • H.A.C. Fermin en M. Groothedde: ‘Een kuil met gebrandschilderd glas en andere vondsten uit het achtererf van Houtmarkt 67’, Zutphense Archeologische Publicaties 10, 2007

Roermond Dionysiusstraat (2009)

Kaliber uit Roermond (2009, code M0500-0014). Foto: SOB Research

Tijdens een opgraving in het oostelijk deel van de oude binnenstad troffen archeologen van SOB Research ruim 1.200 kilo glas aan. Het merendeel betrof vensterglas. De vondst is aangetroffen in een toogkelder die werd aangelegd tijdens de bouw van een huis na 1554 (na de stadsbrand). Dat huis is tijdens de tweede grote stadsbrand in 1665 afgebrand.

De vondst bevatte zo’n 8.400 fragmenten versierd vensterglas. De vondst wordt gedateerd tussen 1200 en 1600. Archeoloog Jente van den Bosch vermoedt dat we hier met een glasvoorraad en met productieafval te maken hebben. Een deel van de glasfragmenten kunnen namelijk geïnterpreteerd worden als productieafval zoals koeienogen, half gesmolten fragmenten en afsnijdsels.

Archiefonderzoek heeft uitgewezen dat het huis aan glasmaker Marten Stams toebehoorde. Vermoedelijk had hij het glas verzameld om op een later moment omgesmolten te worden. Stams’ stiefvader was tevens glasmaker en woonde schuin aan de overkant van de Dionysiusstraat (destijds ‘De Dries’). Het is ook mogelijk dat Stams het glas van zijn stiefvader in bewaring had.

  • J.E. van den Bosch: Archeologische begeleiding en archeologische opgraving plangebied Quartier Damianus, Roermond, Gemeente Roermond. Een nadere uitwerking van de glasvondst van Roermond; SOB Research, Heinenoord: 2017. Via: sobresearch.nl.
  • J.E. van den Bosch: ‘De glasvondst van Roermond’. In: Vormen uit Vuur 215/216, nr 4/1: 79-84; Nederlandse Vereniging van Vrienden van Ceramiek en Glas: Amsterdam 2011. Via: sobresearch.nl.

Zevenaar, Markt 57 (2009)

Vanwege de geplande nieuwbouw in de vorm van appartementen moest aan de Markt 57 te Zevenaar archeologisch onderzoek plaatsvinden, zijnde een proefsleuvenonderzoek, een archeologische begeleiding en een opgraving. Daarbij werden onder andere twee glaskuilen aangetroffen (Spoor nr. 106 en 170). S106 werd aangetroffen in een huis dat dateert uit de 17de eeuw. S170 werd aangetroffen aan de zuidkant van het gebouw en bevatte naast vensterglas ook aardewerk dat dateert uit de periode 1760 – 1800. In enkele vloerniveau die gerelateerd kunnen worden aan S170 werd tevens vensterglas aangetroffen.

Het vensterglas betrof restafval van het versnijden van slingerglasplaten en kapot vensterglas waaronder enkele fragmenten gebrandschilderd glas. In totaal werd circa 19,4 kilo productieafval aangetroffen (waaronder 16 koeienogen en veel randfragmenten), 0,1 kilo vensterglas en 2 fragmenten gebrandschilderd glas. Het vensterglas lijkt te zijn uitgesneden door middel van een diamantsnijder en betrof met name ruitjes. De fragmenten gebrandschilderd glas waren dusdanig klein dat er geen conclusies uit konden worden getrokken.

Een van de glasvondsten kan worden gerelateerd aan huisschilder, Johannes Jansen, die er in 1837 woonde. Op enkele fragmenten is verf aangetroffen, dit betreft waarschijnlijk een proefplaatje oid voor het mengen van glas door de huisschilder.

  • T. Spitzers: Archeologisch onderzoek aan de Markt 57 te Zevenaar; Archeodienst Rapport 366, Zevenaar: 2014

Rotterdam (2009 – 2010)

Tijdens de opgraving van de Markthal in 2009 t/m 2010 werden in een mestkuil uit de eerste helft van de 15de eeuw 750 stuks vlakglas aangetroffen. Het glas bevatte veel randfragmenten (waarschijnlijk van cilinderglas), enkele fragmenten glas met oneffenheden (productiesporen voor het vervaardigen van de glasplaat) en twee fragmenten gebrandschilderd glas, waaronder een bandruitje met ruitvorm vergelijkbaar met Type 6.

  • P.H.J.I. Ploegaert, Rotterdam Markthal; Archeologisch onderzoek 2; Bewoningssporen en vondsten uit de stedelijke periode (14e-18e eeuw), de bedijking van en de bewoning op het voormalige Westnieuwland in Rotterdam; BOORrapporten 469-deel 2, Rotterdam: 2013, p. 143. Via: Archis.

Klooster Klaarkamp (2010)

Tijdens onderzoek naar de terp van het Cisterciënzerklooster Klaarkamp (gemeente Dantumadeel) in 2010 werd in de grachtvulling veel restafval van werkplaatsen aangetroffen, waaronder glazeniersafval en vensterglas. Het glas werd aangetroffen in een natte context; door het wegnemen van het glas uit deze natte context is het snel gaan verkleuren en verkruimelen. Het klooster was in gebruik tussen circa 1150 – 1600.

  • J. van Doesburg en J. Stöver, ‘ ‘Tmeeste ende tgrootste van alle cloisteren, wel begraven mit wyden graften; Waardestellend archeologisch onderzoek naar het cistercienserklooster Klaarkamp (gem. Dantumadeel) in september 2010’, Rapportage Archeologische Monumentenzorg 210; 2012

Alkmaar Langestraat (2015)

Tijdens archeologisch onderzoek in 2015 in Alkmaar werd in een beerput aan de Langestraat 62 glazeniersafval aangetroffen. Het betrof vensterglas (waaronder 75 gebrandschilderde fragmenten) en glazeniersafval van glasplaten die door middel van de cilindermethode zijn vervaardigd. Op basis van archiefonderzoek kan worden geconcludeerd dat het het afval van glazenier ClaesJacobszn betreft die hier tussen 1642 – 1656 actief was.

Leiden, Aalmarkt (2015/2016)

In 2015 en 2016 voerde BAAC een opgraving uit aan de Aalmarkt te Leiden. Ze troffen daar 1200 restanten van funderingen, kelders, vloeren, beer- en waterputten, ophogingslagen, kuilen etc. aan. Het betroffen de restanten van bewoning uit de periode 1100 – heden. In een beerput en in een goot werd vensterglas aangetroffen dat geinterpreteerd kon worden als zijnde glazeniersafval. Het betrof 7 randfragmenten in een goot die op een beerput uitkwam (Spoor nr. 5042, 17de eeuw) en 12 fragmenten (waaronder 4 randfragmenten) in een beerput (Spoor nr. 6125, 1550 – 1750 na Chr.). Er werden afgesneden randen van glasplaten aangetroffen die zijn vervaardigd door middel van de cilindermethode (en 1 fragment die mogelijk is vervaardigd door middel van de slingerglasmethode). Mogelijk dat het de restanten betreft van een glazenier die ter plaatse een ruitje heeft vervangen en het afval dat hierbij vrijkwam heeft weggegooid in de goot/beerput.

  • M.A. Tolboom: ‘Glas’, in T. Hoogendijk, Wonen, werken en winkelen in de Catharinasteeg (12e-20e eeuw), Archeologische opgraving in het plangebied Leiden – Aalmarkt, ‘s-Hertogenbosch: 2020, p. 219 – 240

Den Burg (2019)

Tijdens eens opgraving van een kloosterterrein werd een kuil met 13 kilo vlakglas aangetroffen. De kuil was ingegraven in de gracht om het kloosterterrein. Het vlakglas betrof 6,5 kilo al dan niet sikkelvormig productieafval, 3 kilo productieafval in de vorm van randfragmenten van cilinderglasplaten, 2,4 kilo vensterglas (te herkennen aan de gegruizelde randen) en 0,6 kilo gebrandschilderd vensterglas. Op basis van het gebrandschilderde materiaal kan de vondst worden gedateerd in de tweede helft van de 15de eeuw. De vondst kan waarschijnlijk gerelateerd worden aan reparatiewerkzaamheden voor het vervangen van vensterglas in het klooster.

  • M. H. Hulst: ‘Glazeniersafval’, in voorbereiding

Gerelateerde glasvondsten

Groningen (1986)

Aan het Gedempte Kattendiep werd in 1986 een glasblazersoven aangetroffen en een grote concentratie glasscherven, bestaande uit vensterglas (gebrandschilderd en onbeschilderd) en glazeniersafval. De kuil wijkt af van de andere genoemd voorbeelden, omdat het niet zo zeer een afvalkuil van een glazenier betreft, maar eerder glazeniersafval dat elders in de stad is verzameld en als grondstof voor de productie van glas in deze kuil is verzameld.

  • F. Adolfs, et al, Kattendiep Deurgraven. Historisch-archeologisch onderzoek aan de noordzijde van het Gedempte Kattendiep te Groningen, Groningen 1988