1. Inleiding

Op 5 en 6 september 1989 trof archeoloog Joop Hubers bij graafwerkzaamheden ten behoeve van tuinaanleg in zijn achtertuin aan de Notenboomstraat 14 te Groenlo een kuil aan. Deze bevond zich onder de bouwvoor, was komvormig, had een afmeting van circa 2 x 1 meter en een diepte van circa 80 cm. De kuil lag circa 3 meter uit de achtergevel van de Notenboomstraat 14 en 16. Beide panden maakten oorspronkelijk deel uit van één dubbelpand dat dateerde uit circa 1625, direct van na een grote stadsbrand. In 1832 was er nog sprake van 1 kadastraal nummer (1 pand). De kuil is door meneer Hubers uitgegraven en de vondsten zijn geborgen. Het materiaal is gewassen en gesplitst. Het grootste deel van de inhoud bestond uit vlakglas, circa 38,2 kilo.

Naast glas werd er tevens aardewerk, metaal en natuursteen aangetroffen (Vondstnummers: NO-89-5 en NO-89-6). Dit materiaal is slechts onderzocht met het doel om de context te kunnen dateren. Daarvoor zijn de munten en de pijpenkoppen bestudeerd, omdat deze twee vondstcategorieën over het algemeen de meest betrouwbare datering geven van de context. Het metaal betrof twee munten: een Gelderse duit uit 1668 (met inscriptie op de voorzijde van D. GEL.RIÆ, de keerzijde is niet zichtbaar) en een munt uit 1599 die door de vage beeltenis niet nader gedetermineerd kon worden. Daarnaast bevatte de kuil een groot aantal pijpenkoppen en -stelen. De koppen bevatten geen hielmerk maar konden op basis van de versiering en de vorm gedetermineerd worden. Het betrof voor het merendeel trechtervormige pijpenkoppen uit 1720-1750. Daarnaast werden enkele dikke pijpenstelen aangetroffen die behoorden tot dubbelconische pijpen daterende tussen 1640-1660 (Gawronski & Kranendonk, 2018, pp. 350-358). Op basis van het vondstmateriaal kan worden geconcludeerd dat de kuil uit de eerste helft van de 18de eeuw dateert.

2. Productieafval

2.1 Restanten van glasplaten

Sommige delen van de glasplaat werden niet gebruikt voor de vervaardiging van vensterglas. Deze fragmenten waren onbruikbaar vanwege hun vorm dan wel vanwege oneffenheden. Het merendeel van deze onbruikbare delen betreft randfragmenten (7.875 gram). Op basis van de aangetroffen randen kan worden geconcludeerd dat de glazenier gebruik maakte van cilinderglasplaten.

De oneffenheden (267 gram) betreffen onregelmatigheden die al dan niet per ongeluk zijn ontstaan bij het vervaardigen van de glasplaat zoals grote luchtbellen, kreukels en overlappende stukken glas. Wanneer dergelijke oneffenheden in het glas voorkomen, breekt het glas minder voorspelbaar. Normaliter breekt het glas op plekken waar dit is ingekrast, en zodoende is verzwakt. Maar daar waar onregelmatigheden als kreukels of grote luchtbellen aanwezig zijn, zal het glas op een andere wijze kunnen breken, waardoor deze zones onbruikbaar zijn voor vensterglas.

Enkele oneffenheden zijn een resultaat van de productiewijze van de glasplaat. Het betreft littekens op de rand van de glasplaat op de plek waar het pontil de bij elkaar geknepen cilinder vasthield en de aanwezigheid van lussen. Een dergelijke lus is volgens Kaufmann het resultaat van het samenknijpen/ vastpakken van het glas met een tang (Kaufmann, 2010, p 78). Volgens glaskunstenaar Marc Barreda die is verbonden aan het Glasmuseum in Leerdam is dit erg onwaarschijnlijk omdat het glas gedurende lange tijd te fluïde is om met een tang op te kunnen pakken.

Onregelmatigheden die zijn ontstaan tijdens de vervaardiging van de glasplaat.

Fragment met een lusje, mogelijk het resultaat van het vastknijpen van de dan nog licht fluïde glasplaat.

2.2 Snij- en gruisafval

Een groot gedeelte van de glasvondst wordt gevormd door snij-afval (6.020 gram). Het betreft lange dunne stukken of ietwat taps toelopende fragmenten glas. Dergelijk snij-afval is zeer kenmerkend voor de inhoud van een afvalkuil van een glazenier die gebruik maakte van een diamantsnijder en vormt samen met randfragmenten het grootste deel van de inhoud van een dergelijke afvalkuil. Langs de zijdes van de fragmenten zijn inkrassingen waarneembaar van de diamantsnijder.

Een zeer klein gedeelte van het glazeniersafval betreft fragmenten gruisafval (31 gram). Dit zijn over het algemeen puntige tot sikkelvormige fragmenten die kunnen zijn ontstaan door het gruizen van ruwe glasstukken naar de exact juist vorm. Vanwege het zeer kleine percentage gruisafval kan worden geconcludeerd dat de betreffende glazenier volledig vertrouwde op zijn diamantsnijder. Gruisafval wordt gedetermineerd op basis van de zeer kenmerkende vorm. Het kan in dit geval niet worden uitgesloten dat de zeer kleine hoeveelheid fragmenten die hier als gruisafval is bestempeld het resultaat is van het toevallig breken van stukken glas in sikkelvormige fragmenten.

Diamantgesneden afval

Snij-afval

Op 7 fragmenten werden afwijkende inkrassingen waargenomen (53 gram). Het betreffen inkrassingen in de vorm van golven en onregelmatige aaneengesloten krullen en/ of krassen (zie Afbeelding 78 en Afbeelding 79). De inkrassingen werden zowel op afval als vensterglas waargenomen. Mogelijk dat dit eveneens snijproeven betreft maar dan niet alleen in de vorm van rechte parallelle inkrassingen maar golvende lijnen.

2.3 Halffabricaten

Onder halffabricaten worden fragmenten gerekend die inkrassingen bevatten waarlangs het glas niet of slechts voor een deel is gebroken. Het betreft inkrassingen aan de voorkant al dan niet in combinatie met inkrassingen aan de achterzijde. De inkrassingen tonen de beoogde plek voor een breuk van het glas om zodoende het juiste glasstuk te kunnen maken. Door onzuiverheden in het glas, zoals luchtbellen, kan het glas op een andere plek breken waardoor het glas onbruikbaar wordt als glasstuk.

2.4 Snijproeven

Enkele afwijkende fragmenten, betreffen stukken vlakglas met een flink aantal parallel aan elkaar lopende inkrassingen, langs waar het glas soms deels is gebroken. Het betreft vermoedelijk snijproeven. Naast productieafval werd ook een stuk vensterglas met dergelijke inkrassingen aangetroffen. Vermoedelijk betreft dit oud vensterglas dat als proef is hergebruikt.

Productieafval met inkrassingen waaronder halffabricaten (a-d en k) en snijproeven (e-j en l)

Op 7 fragmenten werden afwijkende inkrassingen waargenomen (53 gram). Het betreffen inkrassingen in de vorm van golven en onregelmatige aaneengesloten krullen en/ of krassen (zie Afbeelding 78 en Afbeelding 79). De inkrassingen werden zowel op afval als vensterglas waargenomen. Mogelijk dat dit eveneens snijproeven betreft maar dan niet alleen in de vorm van rechte parallelle inkrassingen maar golvende lijnen.

Glasstuk met gesneden zijden en inkrassingen in de vorm van golven en krullen

Glasstuk met gesneden zijden en een onregelmatig gevormde inkrassing

3 Vensterglas

3.1 Onbeschilderd gegruisd vensterglas

In totaal werd 2,9 kilo aan vensterglas aangetroffen met een of meerdere gegruisde randen. Het merendeel van deze glasstukken betreft fragmenten met één rechte zijde (circa 1.135 gram). Vanwege het ontbreken van enige andere randen kunnen deze niet nader gedetermineerd worden. Waarschijnlijk betreft het randen van ruiten of van rechthoekige dan wel vierkante glasstukken.

Van de te definiëren patronen werden 4 standaard vormen van glasstukken aangetroffen: namelijk rechthoeken/vierkanten (999 gram), (delen van) cirkels (190 gram), ruiten (156 gram) en een combinatie tussen ruiten en rechthoeken (173 gram).

Een groot deel van het vensterglas betrof glasstukken met een of meerdere hoeken van 90° (circa 1.0 kilo). Dit zijn voor het merendeel fragmenten van rechthoekige glasstukken. Deze rechthoekige glasstukken kunnen in twee categorieën worden verdeeld.

  • Het grootse deel bevat glasstukken die door middel van loodstrips in het venster werden geplaatst. Zij vormden de centrale opvulling van het venster. Enkele fragmenten bevatten één complete zijde met afmetingen variërende tussen de 7 – 10 cm. 1 fragment was dusdanig compleet dat de gehele afmetingen konden worden bepaald, zijnde 7,5 x 6,5 cm.
  • Daarnaast werden enkele kleine glasstukken aangetroffen, met een breedte van 2,5 tot 5 cm. Dit betreffen zogenaamde breukglaasjes. Dergelijke glazen bevonden zich langs de randen van het venster. De naam is afkomstig van de functie van deze glaasjes. Door de breukglaasjes in te tikken en te verwijderen konden de andere glasstukken gemakkelijk uit het raam worden verwijderd. Er werd 1 fragment aangetroffen die archeologisch compleet was met een afmeting van 7,0 x 3,2 cm.

Voor zover mogelijk werden vaak gestandaardiseerde afmetingen van de rechthoekige centrale glasstukken gebruikt en werden de breukglaasjes ter plaatse op maat gegruisd om zo de gehele vensteropening te vullen met glas in lood.

Rechthoekige glasstukken met gegruisde randen

Glasstukken met gegruisde randen die onderdeel hebben uitgemaakt van een glas-in-loodpaneel in cirkelboogpatroon

Naast de hierboven aangeduide rechte randen en hoeken werd een aantal rond gegruisde randen aangetroffen. Het betreft onderdelen van (halve) cirkels met een relatief kleine doorsnede (circa 6 cm). Er werden bovendien 3 fragmenten aangetroffen met een negatief van een of meerdere kwarten van cirkels. Dit was zeer waarschijnlijk het glasstuk dat de ruimtes tussen de kleine cirkels opvulde. Mogelijk waren de cirkels een onderdeel van een glas-in-loodvenster dat in cirkelboogpatroon was gelegd. Daarbij was het merendeel van het venster redelijk eenvoudig met rechthoekige glasstukken opgevuld en was bovenin een sierrand aangebracht. Dergelijke sierranden dateren vanaf de 16de eeuw (Janse, 1987).

Schematische weergave van een glas-in-loodpaneel met een sierrand in cirkelboogpatroon.

Er werden ook glasstukken aangetroffen met rond gegruisde randen met een grotere diameter. Het is mogelijk dat dergelijke fragmenten werden gebruikt als centraal paneel binnen een venster. Echter vanwege het kleine aantal van dergelijke fragmenten en het missen van eenduidige negatieven, kunnen hier geen zekere conclusies uit worden getrokken.

Er werd een klein aantal glasstukken aangetroffen die behoorde tot ruiten. Het betrof twee varianten van ruiten, namelijk enkele exemplaren met een hoek van 45° en het grootste deel met een hoek van 65°.

Glasstukken met gegruisde randen in ruitvorm.

Van een aantal glasstukken kon worden geconcludeerd dat ze een combinatie vormden tussen ruiten en rechthoekige glasstukken. Het betrof glasstukken met een hoek van 45° en een hoek van 90° dan wel met twee zijdes die parallel aan elkaar liepen. Ze zijn mogelijk onderdeel van een venster met een ruitpatroon en aan de onderzijde een sierrand met rechte lijnen. Het is tevens mogelijk dat zij onderdeel uitmaakten van een glas-in-loodvenster met een vier-zes-achtkantpatroon. Dit patroon werd regelmatig gebruikt in de 16de en 17de eeuw en bestaat uit rechthoekige glasstukken omgeven door 2 zeshoekige stukken glas die samen een achthoek vormen (Janse, 1987).

Tussen het gegruisde vensterglas werd een aantal fragmenten aangetroffen met een onregelmatige vorm. Het betrof in dat geval vaak één en in een uitzonderlijk geval twee glasstukken met eenzelfde vorm. Dergelijke onregelmatige glasstukken hebben waarschijnlijk onderdeel uitgemaakt van een bepaald patroon. Het soort patroon is niet te achterhalen. Dergelijke patronen zijn doorgaans dusdanig ingewikkeld dat ze op basis van enkele losse glasstukken niet of nauwelijks te reconstrueren zijn.

Glasstukken met gegruisde randen behorende bij het vier-zes-achtkantpatroon

Glasstukken met gegruisde randen in een onregelmatig patroon waarvan het patroon niet achterhaald kon worden

3.2 Onbeschilderd gesneden vensterglas

Het onderscheid tussen vensterglas en snij-afval is op het gebied van gesneden glasstukken lastig te maken. De snijrand ziet er namelijk bij beide categorieën hetzelfde uit. Voor het hier beschreven vensterglas is ervoor gekozen om alleen fragmenten met een diamantgesneden rand te beschrijven waarop tevens een afdruk van het lood waarneembaar is. Van dergelijke fragmenten is namelijk zeker dat zij als vensterglas gebruikt zijn.

In totaal werd op deze wijze circa 3,0 kilo aan vensterglas geselecteerd met een of meerdere diamantgesneden randen en loodprofiel. Ongeveer de helft van de glasstukken bevatte 1 rechte zijde met een gesneden rand (1.260 gram). Vanwege het ontbreken van enige andere randen kunnen deze niet nader getypeerd worden.

Van de te definiëren patronen werden 3 standaardvormen aangetroffen: namelijk rechthoeken/vierkanten (1,2 kilogram), (delen van) cirkels (67 gram) en zeshoekige fragmenten (206 gram).

Een groot deel van het vensterglas betrof fragmenten met een of meerdere hoeken van 90° (1,2 kilogram). Dit zijn voor het merendeel fragmenten van rechthoekige glasstukken. Evenals de gegruisde glasstukken werden ook hier twee soorten aangetroffen, namelijk glasstukken die deel uitmaakten van de centrale opvulling van een venster; en glasstukken die als breukglaasje hebben gefundeerd. De breedte van de centrale glasstukken varieerde van 5,5 – 8,0 cm; de breedte van de breukglaasjes van 2,0 – 4,5 cm. Enkele glasstukken waren compleet met een afmeting van 5,5 x 10 cm (centraal glasstuk) en 4,5 x 9,0 cm (breukglaasje).

Rechthoekige glasstukken met gesneden randen

Glasstukken met gesneden randen behorende bij het vier-zes-achtkantpatroon

Een aantal glasstukken was zeshoekig en maakte waarschijnlijk deel uit van een glas-in-loodvenster dat middels het vier-zes-achtkantpatroon was ingedeeld. Het betrof een redelijk aantal min of meer complete glasstukken met een breedte van 5,1 en 6,2 cm. Er werden twee complete exemplaren aangetroffen met een breedte van 6,2 cm en een lengte van 12,5 cm.

Tevens werden enkele glasstukken aangetroffen met rond gesneden randen en een grote diameter. Het is mogelijk dat dergelijke fragmenten zijn gebruikt als centraal paneel binnen een venster. Echter vanwege het kleine aantal van dergelijke fragmenten en het missen van eenduidige negatieven, kunnen hier geen zekere conclusies uit worden getrokken.

Opvallend is een drietal druppelvormige glasstukken. De glasstukken zijn overwegend rond met aan één zijde een uitstekende punt. Ze hebben alle drie exact dezelfde afmetingen met een diameter van 7,5 cm. De glasstukken zijn onderdeel van een sierrand dat bovenin een glas-in-loodvenster was bevestigd. Dit patroon is onder andere bekend van een schilderij door de Nederlandse schilderd Emanuel de Witte uit 1665-1670 en werd eerder aangetroffen in het centrum van Ronse, Oost-Vlaanderen (schriftelijke mededeling Liesbeth Langouche, gepromoveerd aan de Universiteit Antwerpen, d.d. 11 augustus 2021).

Tussen het diamantgesneden vensterglas werd een aantal fragmenten aangetroffen met een afwijkende vorm. Het betrof in dat geval vaak één en in een uitzonderlijk geval twee glasstukken met eenzelfde vorm. Over het algemeen betroffen het glasstukken met een combinatie van rechte en ronde zijdes, die samen een bepaald patroon moeten hebben gevormd. Het soort patroon valt niet te reconstrueren zoals dit ook het geval was bij de onregelmatige, gegruisde glasstukken.

Glasstukken met gesneden randen met rondlopende zijdes

Druppelvormige glasstukken met gesneden randen

Schematische weergave van een glas-in-loodpaneel met een sierrand met druppelvormige glasstukken.

Schilderij door Emanuel de Witte uit 1665 – 1670 met glas-in-loodpanelen met een sierrand met druppelvormige glasstukken.

Glasstukken met gesneden randen in een onregelmatig patroon waarvan het patroon niet achterhaald kon worden

3.3 Gebrandschilderd vensterglas

Er werden in totaal 20 fragmenten gebrandschilderd vensterglas aangetroffen, behorende bij 19 glasstukken. Over het algemeen betreffen het slecht zeer kleine fragmenten vensterglas waar maar een klein gedeelte van een beeltenis op was waar te nemen. In de meeste gevallen was die beeltenis dusdanig beperkt dat deze niet aan een bepaalde periode of type afbeelding kon worden toegeschreven. Daarnaast was het glas in sommige gevallen sterk geïriseerd waardoor de brandschildering niet meer of slechts deels aanwezig was. Bovendien was een deel van het vensterglas aan het verkleuren waardoor het niet langer doorzichtig was en de brandschilderingen niet of slechts zeer moeilijk zichtbaar waren.

Van de 19 aangetroffen glasstukken gebrandschilderd vensterglas kan op basis van rode sleepsporen worden geconcludeerd dat het cilinderglas betrof. Dit cilinderglas is voor het merendeel middels een diamantsnijder in de benodigde vorm gesneden (6 glasstukken). Van vier glasstukken kon de vorm min of meer worden aangetoond. Dit betrof drie rechthoeken en één ovaal. De diktes van het glas varieerde tussen de 1,0 – 1,8 mm met een gemiddelde dikte van 1,25 mm.

Wat betreft de beschildering zijn 4 glasstukken middels de grisaille-techniek beschilderd. De beschilderingen zijn opgezet met zilvergele, rode en blauwe verf. Het was lastig om uit de beeltenis enige conclusies te trekken, met name vanwege het kleine formaat van de fragmenten. Vier glasstukken bevatten een gele omlijsting van 0.5 – 1.0 cm met aan de binnenzijde een omkadering van zwarte contourverf. Fragment GRNB2 doet sterk denken aan gebrandschilderd glas dat onder andere bij het Agnesklooster te Oldenzaal werd aangetroffen met daarop ranken acanthusbladeren die zich om een steel kronkelden. Dergelijke fragmenten werden doorgaans gebruikt als decoratie langs de randen van een glas-in-loodvenster en dateren in de 15de eeuw.

4. Indetermineerbare fragmenten

Het grootste deel van het aangetroffen vlakglas kon niet nader gedetermineerd worden (17.553 gram). Dit betreffen fragmenten zonder enige diagnostische kenmerken. Dit kunnen fragmenten van vensterglas of glazeniersafval zijn. Een tweede niet nader determineerbare categorie betreft fragmenten met een snijrand (2.842 gram). Deze snijrand is ontstaan bij het insnijden van de glasplaat met een diamantsnijder om zodoende de benodigde glasstukken te verkrijgen. De tot deze categorie behorende fragmenten bevatten niet de afdruk van het loodprofiel langs de snijrand. Er kan daarom niet met zekerheid worden aangetoond of de fragmenten tot het snij-afval of de glasstukken hebben behoord.

5 Loodstrips

Binnen de kuil werd een aantal loodstrips aangetroffen. Het betreft moderne loodstrips met een H-profiel, type D (Kaufmann, 2010, p. 220). Dergelijke loodstrips zijn relatief dun en bevatten relatief brede flanken De loodstrips zijn middels een loodmolen gedraaid. De strips waren over het algemeen verbogen. Het betroffen langwerpige stukken. Eén stuk bevatte een haaks op de strip bevestigde loodstrip.

6 Conclusie

Vanwege de grote hoeveelheid vlakglas kan met zekerheid worden geconcludeerd dat we hier te maken hebben met glazeniersafval. De inhoud van de kuil doet vermoeden dat het hier het afval betreft van het vervangen van vensterglas bij verschillende huizen. Dit vanwege de grote verscheidenheid aan soorten glasstukken die elk in een ander patroon waren ingelegd. Het is aannemelijk dat het afval is verzameld door een glazenier die zijn afval hier samen met ander afval (aardewerk, steen, metaal et cetera) heeft gedeponeerd. De kuil wijkt in dat opzicht af van andere afvalkuilen van glazeniers, die over het algemeen niets anders dan vlakglas bevatten.

De glazenier aan de Notenboomstraat gebruikte een glasplaat die is vervaardigd middels de cilinderglasmethode, zo blijkt uit randfragmenten, onregelmatigheden op het glas en de roestsporen. Middels een diamantsnijder sneed de glazenier deze glasplaat in de benodigde glasstukken. Dit leverde glazeniersafval op met een zeer kenmerkende vorm van lange dunne stukken of ietwat taps toelopende fragmenten. Sporen van inkrassingen door de diamantsnijder zijn zeer duidelijk langs de randen van deze fragmenten waarneembaar.

Dat het vormen van glasstukken middels een diamantsnijder niet altijd goed verliep, wordt duidelijk uit een klein aantal halffabricaten. Op deze fragmenten is de inkrassing van de diamantsnijder goed zichtbaar, maar is het glas niet of slechts voor een deel langs deze insnijding gebroken. Enkele afwijkende fragmenten, zijn stukken vlakglas met een aantal parallel aan elkaar lopende inkrassingen waarlangs het glas soms deels is gebroken. Het is onduidelijk of dit halffabricaten betreft of dat gedacht moet worden aan oefen- of testmateriaal.

In totaal werd 5,9 kilo vensterglas aangetroffen. Dit betrof 2,9 kilo vensterglas met een of meerdere gegruisde randen en 3,0 kilo met een of meerdere gesneden randen. Voor het gesneden vensterglas is ervoor gekozen om alleen fragmenten met een diamantgesneden rand te beschrijven waarop tevens een afdruk van het lood waarneembaar is. Van deze fragmenten kan namelijk met zekerheid worden gesteld dat het vensterglas is en geen afval.

Van het gesneden als ook van het gegruisde vensterglas werden over het algemeen rechthoekige glasstukken aangetroffen. Deze glasstukken werden middels lood in een simpel patroon in een venster geplaatst. De grote rechthoekige glasstukken vormden het centrale deel van een venster en de kleine breukglaasjes de randen. Aan de bovenzijde was al dan niet een sierrand aanwezig in cirkelboogpatroon en een patroon met druppelvormige glasstukken.

Naast de rechthoekige glasstukken werden enkele fragmenten van ruiten aangetroffen evenals enkele fragmenten die mogelijk als sierrand onder een met ruitpatroon opgevuld venster hebben behoord. De ruiten werden alleen binnen het gegruisde vensterglas aangetroffen.

Ten slotte werden binnen het gesneden vensterglas enkele zeshoekige glasstukken aangetroffen die deel uit hebben gemaakt van een glas-in-loodvenster dat middels het vier-zes-achtkantpatroon was ingedeeld.

Er werden geen aanwijzingen gevonden die erop duidden dat de glazenier het glas brandschilderde. De 20 fragmenten gebrandsdetermineerbare fragmenten die werden aangetroffen, kunnen evenals het vensterglas, worden beschouwd als afval van het vervangen van vensterglas.