Onderzoek naar de inhoud van een kuil met afval van een Groenlose glazenier die gebruik maakte van een diamantsnijder

Een belangrijke ontwikkeling binnen het werk van de glazenier is de komst van de diamantsnijder. Deze methode ontstond in Italië in de 14de eeuw en werd pas gedurende de 16de eeuw geleidelijk aan populair in de rest van Europa (Strobl 1989, 86). In Groenlo is een vondst gedaan met glazeniersafval waarvan op basis van de datering (eerste helft 18de eeuw) en een quickscan geconcludeerd kan worden dat het een afvalkuil betreft van een glazenier die gebruikmaakte van een diamantsnijder. Hoe kan een dergelijke kuil worden geduid? Zijn er bepaalde type vondsten die specifiek zijn voor diamantgesneden glazeniersafval?

Vondstomstandigheden

Op 5 en 6 september 1989 trof de heer J. Hubers in zijn achtertuin (Notenboomstraat 14 te Groenlo) bij graafwerkzaamheden ten behoeve van tuinaanleg een kuil aan. Deze bevond zich onder de bouwvoor, was komvormig, had een afmeting van circa 2 x 1 meter en een diepte van circa 80 centimeter. De kuil lag circa 3 meter uit de achtergevel van Notenboomstraat 14 en 16. Beide panden maakten oorspronkelijk deel uit van één dubbelpand dat dateerde uit circa 1625, direct van na een grote stadsbrand. In 1832 was er nog sprake van 1 kadastraal nummer (1 pand).

De kuil is door de heer Hubers uitgegraven en de vondsten zijn geborgen. Het materiaal is gewassen en gesplitst. Het grootste deel van de kuilinhoud bestond uit vlakglas, circa 38,2 kilo.

Naast glas werd er tevens, aardewerk, metaal en steen aangetroffen (Vondstnummers: NO-89-5 en NO-89-6). Dit materiaal is slechts onderzocht met het doel om de context te kunnen dateren. Daarvoor zijn de munten en de pijpenkoppen bestudeerd, omdat deze twee vondstcategorieën over het algemeen de meest betrouwbare datering geven van de context. Het metaal betrof twee munten: een Gelderse duit uit 1668 (met inscriptie op de voorzijde van D. GEL.RIÆ, de keerzijde is niet zichtbaar) en een munt uit 1599 die door de vage beeltenis niet nader gedetermineerd kon worden. Daarnaast bevatte de kuil een groot aantal pijpenkoppen en -stelen. De koppen bevatte geen hielmerk maar konden op basis van de versiering en de vorm gedetermineerd worden. Het betrof voor het merendeel trechtervormige pijpenkoppen uit 1720 – 1750. Daarnaast werden enkele dikke pijpenstelen aangetroffen die behoorden tot dubbelconische pijpen daterende tussen 1640 – 1660 (mondelinge mededeling Etienne Noels en Gawronski en Kranendonk 2018, 350 – 358). Op basis van het vondstmateriaal kan worden geconcludeerd dat de kuil uit circa 1650 – 1750 dateert.

Glazeniersafval

Het glazeniersafval betreft het aandeel van het vlakglas dat niet als vensterglas gebruikt kon worden. Dit afval is in drie categorieën verdeeld:

  • Snij- of gruizelafval bestaat uit vlakglas dat overblijft door het versnijden en gruizelen van de glasplaat in grofweg de gewenste kalibers; evenals het bijsnijden van de ruwe kalibers in exact de juiste vorm om ze passend te maken voor het venster.
  • Randfragmenten en fragmenten van de glasplaat met oneffenheden werden over het algemeen door de glazenier weggesneden omdat deze fragmenten onbruikbaar zijn voor het gebruik als vensterglas (265 gram). Dit was niet altijd het geval. In sommige gevallen zijn de randen wel gebruikt als vensterglas, dergelijke stukken zijn onder het vensterglas beschreven.
  • Onder halffabricaten worden fragmenten gerekend waarop duidelijk inkrassingen waarneembaar zijn en waar de breuk zich niet of slechts voor een deel gelijk is aan de inkrassing.

Snij- of gruizelafval

Diamantgesneden afval
Diamantgesneden glazeniersafval bestaande uit lange dunne stukken of ietwat taps toelopende fragmenten

Een groot gedeelte van de glasvondst wordt gevormd door snijafval (5.995 gram). Het betreft lange dunne stukken glas of ietwat taps toelopende fragmenten glas. Dergelijk snijafval is zeer kenmerkend voor de inhoud van een afvalkuil van een glazenier die gebruik maakte van een diamantsnijder en vormt samen met de randfragmenten het grootste deel van een dergelijke afvalkuil. Langs de zijdes van de fragmenten zijn duidelijk de inkrassingen waarneembaar van de diamantsnijder.

Een zeer klein gedeelte van het glazeniersafval betreft fragmenten gruizelafval (31 gram). Dit zijn over het algemeen puntige tot sikkelvormige fragmenten die kunnen zijn ontstaan door het gruizelen van ruwe kalibers naar de exact juist vorm. Vanwege het zeer kleine percentage gruizelafval kan worden geconcludeerd dat de betreffende glazenier volledig vertrouwde op zijn diamantsnijder. Gruizelafval wordt gedetermineerd op basis van de zeer kenmerkende vorm. Het kan in dit geval niet worden uitgesloten dat de zeer kleine hoeveelheid fragmenten die hier als gruizelafval is bestempeld het resultaat is van het toevallig breken van stukken glas in sikkelvormige fragmenten.

Onbruikbare delen van de glasplaat

Enkele oneffenheden van de glasplaat als kreukels en overlappende stukken glas

Sommige delen van de glasplaat werden niet gebruikt voor de vervaardiging van vensterglas. Deze fragmenten waren onbruikbaar vanwege hun vorm dan wel vanwege oneffenheden. Het merendeel van deze onbruikbare delen betreft randfragmenten (7.875 gram). Op basis van de aangetroffen randen kan worden geconcludeerd dat de glazenier geheel gebruik maakte van cilinderglasplaten.

De oneffenheden (265 gram) betreffen onregelmatigheden die al dan niet per ongeluk zijn ontstaan bij het vervaardigen van de glasplaat zoals grote luchtbellen, kreukels en overlappende stukken glas. Wanneer dergelijke oneffenheden in het glas voorkomen, is het glas minder voorspelbaar. Normaliter breekt het glas op plekken waar deze is ingekrast, en zodoende is verzwakt. Maar daar waar onregelmatigheden als kreukels of grote luchtbellen aanwezig zijn, zal het glas op een andere wijze kunnen breken, waardoor deze zones onbruikbaar zijn voor vensterglas.

Een lusje in de glasplaat zou het gevolg kunnen zijn van de productiewijze.

Enkele oneffenheden zijn bewust gemaakt en zijn een resultaat van de productiewijze van de glasplaat. Het betreft littekens op de rand van de glasplaat op de plek waar het pontilijzer de bij elkaar geknepen cilinder vasthield. Tevens werd een lusje aangetroffen. Een dergelijke lus is volgens Kaufmann het resultaat van het samenknijpen/ vastpakken van het glas met een tang (Kaufmann 2010, 78). Volgens glaskunstenaar Marc Barreda is dit erg onwaarschijnlijk omdat het glas gedurende lange tijd te fluïde is om met een tang op te kunnen pakken (mondelinge mededeling M. Barreda).

Halffabricaten

Onder halffabricaten worden fragmenten gerekend die inkrassingen bevatten waarlangs het glas niet of slechts voor een deel is gebroken (zie onderstaande afbeelding a-d en k). Het betreft inkrassingen aan de voorkant al dan niet in combinatie met inkrassingen aan de achterzijde. De inkrassingen tonen de beoogde plek voor een breuk van het glas om zodoende het juiste kaliber te kunnen maken. Door onzuiverheden in het glas, zoals luchtbellen, kan het glas op een andere plek breken waardoor het glas onbruikbaar wordt als kaliber.

Enkele afwijkende fragmenten, betreffen stukken vlakglas met een flink aantal parallel aan elkaar lopende inkrassingen, langs waar het glas soms deels is gebroken (zie onderstaande afbeelding e-j en l). Het is onduidelijk of hier sprake is van een halffabricaat. Het aantal inkrassingen lijkt namelijk dusdanig groot dat dit voor het breken van het glas onnodig lijkt. Bovendien werd een stuk vensterglas met dergelijke inkrassingen aangetroffen. Al kan niet worden uitgesloten dat dit een oud fragment vensterglas is dat is hergebruikt. Wat de functie van dergelijke fragmenten is, blijft onduidelijk. Mogelijk is het oefen- of testmateriaal.

Inkrassingen op het glas. a-d en k zijn halffabricaten. e-j en l zijn mogelijk ook halffabricaten of fragmenten van oefen- of testmateriaal.

Vensterglas

Gegruizelde fragmenten

Rechthoekige kalibers van centrale panelen (links en midden) en breukglaasjes (rechts)

In totaal werd 2,9 kilo aan vensterglas aangetroffen met een of meerdere gegruizelde randen. Het merendeel van deze kalibers betreft fragmenten met één rechte gegruizelde zijde (circa 1.135 gram). Vanwege het ontbreken van enige andere randen kunnen deze niet nader getypeerd worden. Waarschijnlijk betreft het randen van ruiten of van rechthoekige dan wel vierkante kalibers.

Van de te definiëren patronen werden 4 standaard vormen van kalibers aangetroffen: namelijk rechthoeken/vierkanten (999 gram), (delen van) cirkels (190 gram), ruiten (156 gram) en combinatie tussen ruiten en rechthoeken (173 gram).
Een groot deel van het vensterglas betrof kalibers met een of meerdere hoeken van 90 ° (circa 1.0 kilo). Dit zijn voor het merendeel fragmenten van rechthoekige kalibers. Deze rechthoekige kalibers kunnen in twee categorieën worden verdeeld.

  • Het grootse deel bevat kalibers die door middel van loodstrips in het venster werden geplaatst. Zij vormden de centrale opvulling van het venster. Enkele fragmenten bevatten één complete zijde met afmetingen variërende tussen de 7 – 10 cm. 1 fragment was dusdanig compleet dat de gehele afmetingen konden worden bepaald, zijnde 7,5 x 6,5 cm.
  • Daarnaast werden enkele kleine kalibers aangetroffen, met een breedte van 2,5 tot 5 cm. Dit betreffen zogenaamde breukglaasjes. Dergelijke glazen bevonden zich langs de randen van het venster om de ruimte uit te vullen. De naam is afkomstig van de functie van deze glaasjes. Door de breukglaasjes in te tikken en te verwijderen konden de andere kalibers gemakkelijk uit het raam worden verwijderd. Er werd 1 fragment aangetroffen die archeologisch compleet was met een afmeting van 7,0 x 3,2 cm.

Voor zover mogelijk werden vaak gestandaardiseerde afmetingen van de rechthoekige centrale kalibers gebruikt en werden de breukglaasjes ter plaatse op maat gegruizeld om zo de gehele vesnteropening te vullen met glas in lood.
Naast de hierboven aangeduide rechte randen en hoeken werd een aantal rond gegruizelde randen aangetroffen. Het betreft onderdelen van (halve) cirkels met een relatief kleine doorsnede (circa 6 cm). Er werden bovendien 3 fragmenten aangetroffen met een negatief van een of meerdere kwarten van cirkels. Dit was zeer waarschijnlijk het kaliber dat de ruimtes tussen de kleine cirkels opvulde. Mogelijk waren de cirkels een onderdeel van een glas-in-loodvenster dat in cirkelboogpatroon was gelegd. Daarbij was het merendeel van het venster redelijk eenvoudig met rechthoekige kalibers opgevuld en was bovenin een sierrand aangebracht. Dergelijke sierranden dateren vanaf de 16de eeuw (Janse 1987).

Gegruizelde ronde kalibers
Een glas-in-loodvenster dat is gelegd in een cirkelboogpatroon
Groot rond kaliber binnen een venster dat voornamelijk bestaat uit ruitjes.
Adriaen van Ostade: Trictracspelers in een herberg, 1666-1670, Rijksmuseum

Er werden ook kalibers aangetroffen met rond gegruizelde randen met een grotere diameter. Het is mogelijk dat dergelijke fragmenten werden gebruikt als centraal paneel binnen een venster. Echter vanwege het kleine aantal van dergelijke fragmenten en het missen van eenduidige negatieven, kunnen hier geen zekere conclusies uit worden getrokken.

Er werd een klein aantal kalibers aangetroffen die behoorde tot ruiten. Het betrof twee varianten van ruiten, namelijk enkele exemplaren met een hoek van 45° en het grootste deel met een hoek van 65°.

Van een aantal kalibers kon worden geconcludeerd dat ze een combinatie vormden tussen ruiten en rechthoekige kalibers. Het betrof kalibers met een hoek van 45° en een hoek van 90° dan wel twee zijdes die parallel aan elkaar liepen. Ze zijn mogelijk onderdeel van een venster met een ruitpatroon en aan de onderzijde een sierrand met rechte lijnen. Het is tevens mogelijk dat zij een onderdeel vormde van een glas-in-loodvenster met een vier-zes-achtkantpatroon (zie onder gesneden vensterglas). Dit patroon werd regelmatig gebruikt in de 16de en 17de eeuw en bestaat uit rechthoekige kalibers omgeven door 2 zeshoekige stukken glas die samen een achthoek vormen (Janse, 1987).

Gegruizelde ruitjes, kalibers met een ruitjes/rechthoek-combinatie en een schematische weergave van een venster met ruitpatroon

Tussen het gegruizelde vensterglas werd een aantal fragmenten aangetroffen met een onregelmatige vorm. Het betrof in dat geval vaak één en in een uitzonderlijk geval twee kalibers met eenzelfde vorm. Dergelijke onregelmatige kalibers hebben waarschijnlijk onderdeel uitgemaakt van een bepaald patroon. Het soort patroon is niet te achterhalen. Dergelijke patronen zijn doorgaans dusdanig ingewikkeld dat ze op basis van enkele losse kalibers niet of nauwelijks te reconstrueren zijn.

Gegruizelde, onregelmatig gevormde kalibers waarvan het patroon niet te achterhalen valt.
Het vensterglas bestaat hier uit een ingewikkeld patroon met verschillende vormen van kalibers. Johannes Vermeer, Vrouw met waterkan, 1662, Metropolitan

Gesneden vensterglas

Diamantgesneden rechthoekige kalibers met centrale kalibers (links en midden) en breukglaasjes (rechts)

Het onderscheid tussen vensterglas en snijafval is op het gebied van gesneden kalibers lastig te maken. De snijrand ziet er namelijk bij beide categorieën hetzelfde uit. Voor het hier beschreven vensterglas is ervoor gekozen om alleen fragmenten met een diamantgesneden rand te beschrijven waarop tevens een afdruk van het lood waarneembaar is. Van dergelijke fragmenten is namelijk zeker dat zij als vensterglas gebruikt zijn.

In totaal werd op deze wijze circa 3,0 kilo aan vensterglas geselecteerd met een of meerdere diamantgesneden randen en loodprofiel. Ongeveer de helft van de kalibers bevatte 1 rechte zijde met een gesneden rand (1.260 gram). Vanwege het ontbreken van enige andere randen kunnen deze niet nader getypeerd worden.

Van de te definiëren patronen werden 3 standaardvormen aangetroffen: namelijk rechthoeken/vierkanten (1,2 kilogram), (delen van) cirkels (67 gram) en zeshoekige fragmenten (206 gram).

Een groot deel van het vensterglas betrof fragmenten met een of meerdere hoeken van 90° (1,2 kilogram). Dit zijn voor het merendeel fragmenten van rechthoekige kalibers. Evenals de gegruizelde kalibers werden ook hier twee soorten aangetroffen namelijk kalibers die deel uit maakten van de centrale opvulling van een venster; en kalibers die als breukglaasje hebben gefundeerd. De breedte van de centrale kalibers varieerde van 5,5 – 8,0 cm; de breedte van de breukglaasjes van 2,0 – 4,5 cm. Enkele kalibers waren compleet met een afmeting van 5,5 x 10 (centraal kaliber) en 4,5 x 9,0 cm (breukglaasje).

Een aantal kalibers was zeshoekig en maakte waarschijnlijk deel uit van een glas-in-loodvenster dat middels het vier-zes-achtkantpatroon was ingedeeld. Het betrof een redelijk aantal min of meer complete kalibers met een breedte van 5,1 en 6,2 cm. Er werden twee complete exemplaren aangetroffen met een breedte van 6,2 cm en een lengte van 12,5 cm.

Diamantgesneden zeshoekige kalibers
Schematische weergave van een venster in vier-zes-achtkantpatroon

Er werden enkele kalibers aangetroffen met rond gesneden randen en een grote diameter. Het is mogelijk dat dergelijke fragmenten waren gebruik als centraal paneel binnen een venster. Echter vanwege het kleine aantal van dergelijke fragmenten en het missen van eenduidige negatieven, kunnen hier geen zekere conclusies uit worden getrokken.

Opvallend is een drietal druppelvormige kalibers. De kalibers zijn overwegend rond met aan één zijde een uitstekende punt. Ze hebben alle drie exact dezelfde afmetingen met een diameter van 7,5 centimeter. De kalibers zijn onderdeel van een sierrand dat bovenin een glas-in-loodvenster was bevestigd. Dit patroon is onder andere bekend van een schilderij door Emanuel de Witte uit 1665 – 1670 en werd eerder aangetroffen in het centrum van Ronse, Oost-Vlaanderen (schriftelijke mededeling Liesbeth Langouche, promovenda aan de Universiteit Antwerpen).

Diamantgesneden druppelvormige kalibers
Schematische reconstructie van een sierrand met druppelvormige kalibers
Diamantgesneden, onregelmatig gevormde kalibers

Tussen het diamantgesneden vensterglas werd een aantal fragmenten aangetroffen met een afwijkende vorm. Het betrof in dat geval vaak één en in een uitzonderlijk geval twee kalibers met eenzelfde vorm. Over het algemeen betroffen het kalibers met een combinatie van rechte en ronde zijdes, die samen een bepaalde patroon moeten hebben gevormd. Het soort patroon valt niet te reconstrueren zoals tevens het geval was bij de onregelmatige, gegruizelde kalibers.

Op 7 fragmenten vensterglas werden intentionele inkrassingen waargenomen waarvan de reden onbekend is (53 gram). Het betreffen inkrassingen in de vorm van golven en onregelmatige aaneengesloten krullen en/ of krassen. De inkrassingen werden tevens waargenomen op glazeniersafval. Gedacht kan worden aan merktekens, daar waar het een kleine krabbel betreft. Tevens kan gedacht worden aan testmateriaal; mogelijk om de scherpte van de punt van de diamantsnijder te controleren, of de reactie van de diamantsnijder op het glas. Op één fragment zouden de inkrassingen onderdeel kunnen zijn van een tekst. Dergelijke ingekraste teksten zijn eerder aangetroffen in Oldenzaal, daar betrof het een fragment van een lijst met daarop een opdracht voor een aantal ‘ruijten’. Ook kan niet worden uitgesloten dat het ‘doodles’ zijn van iemand die uit verveling het glas is gaan bekrabbelen; vergelijkbaar met graffiti op aardewerk en andere vondstcategorieën.

Inkrassingen van aaneengesloten golvende lijnen
Inkrassing van een krabbel, mogelijk een merkteken.

Gebrandschilderd vensterglas

Er werden in totaal 20 fragmenten gebrandschilderd vensterglas aangetroffen, behorende bij 19 kalibers. Over het algemeen betreffen het slecht zeer kleine fragmenten vensterglas waar maar een klein gedeelte van een beeltenis op was waar te nemen. In de meeste gevallen was die beeltenis dusdanig beperkt dat deze niet aan een bepaalde periode of type afbeelding kon worden toegeschreven. Daarnaast bleek het gebrandschilderd vensterglas in zeer slechte staat. De brandschildering was in een enkel geval deels of geheel verdwenen en slechts nog waarneembaar door een bepaalde glans op het glas daar waar de schildering aanwezig was. Daarnaast was het glas in sommige gevallen sterk geïriseerd waardoor de brandschildering niet meer of slechts deels aanwezig was. Bovendien was een deel van het vensterglas donker aan het verkleuren waardoor brandschilderingen niet meer zichtbaar zijn.

Van de 19 aangetroffen kalibers gebrandschilderd vensterglas kan op basis van rode sleepsporen worden geconcludeerd dat het cilinderglas betrof. Dit cilinderglas is voor het merendeel middels een diamantsnijder in de benodigde vorm gesneden (6 kalibers). Het betrof rechthoekige kalibers (3 kalibers). Eén fragment was door middel van een gruizelijzer gevormd in een ovaal kaliber (GRNB19). De diktes van het glas varieerde tussen de 1,0 – 1,8 millimeter met een gemiddelde dikte van 1,25 millimeter.

Wat betreft de beschildering zijn 4 kalibers middels de grisaille-techniek beschilderd. Bij deze techniek werd het glas in zijn geheel beschilderd met een ietwat transparante verf. Deze verf werd op plekken waar veel schaduw gewenst was slechts zeer lichtelijk met een daskwast weggeveegd. Op plekken waar weinig tot geen schaduw gewenst was werd de verf grotendeels of geheel weggeveegd. Details konden door middel van een puntig voorwerp worden ingetekend (GRNB7). De beschilderingen zijn opgezet met zilvergele, rode en blauwe verf. Het zilvergeel werd vanaf circa 1300 gebruikt om delen van het glas een gele kleur te geven. Emailverf, waaronder de hier aangetroffen blauwe verf, werd vanaf de 2de helft van de 16de eeuw gebruikt (Melis 2020, 53).

Het was lastig om uit de beeltenis enige conclusies te trekken, met name vanwege het kleine formaat van de fragmenten. Vier kalibers bevatte een gele omlijsting van 0.5 – 1.0 cm met aan de binnenzijde een omkadering van zwarte contourverf (GRNB4, -10, -18 en -19). Fragment GRNB2 doet sterk denken aan gebrandschilderd glas dat onder andere bij het Agnesklooster te Oldenzaal werd aangetroffen met daarop ranken acanthusbladeren die zich om een steel kronkelden (typecode 40, www.gebrandophetverleden.nl). Dergelijke fragmenten werden doorgaans gebruikt als decoratie langs de randen van een glas-in-loodvenster en dateren in de 15de eeuw.

Indetermineerbare fragmenten

Het grootste deel van het aangetroffen vlakglas kon niet nader gedetermineerd worden (14.611 gram). Dit betreffen fragmenten zonder enige diagnostische kenmerken. Dit kunnen fragmenten van vensterglas of glazeniersafval zijn. Een tweede niet nader determineerbare categorie betreft fragmenten met een snijrand (2.822 gram). Deze snijrand is ontstaan bij het insnijden van de glasplaat met een diamantsnijder om zodoende de benodigde kalibers te verkrijgen. De tot deze categorie behorende fragmenten bevatten niet de afdruk van het loodprofiel langs de snijrand. Er kan daarom niet met zekerheid worden aangetoond of de fragmenten tot het snijafval of de kalibers behoord.

Loodstrips

Binnen de kuil werd een aantal loodstrips aangetroffen. Het betreft loodstrips met een H-profiel, type D, die voorkwamen vanaf de Nieuwe Tijd A (Kaufmann 2010, 220). Dergelijke loodstrips zijn relatief dun en bevatten relatief brede flanken De loodstrips zijn middels een loodmolen gedraaid. De strips waren over het algemeen verbogen. Het betroffen langwerpige stukken. 1 stuk bevatte een haaks op de strip bevestigde loodstrip.

Conclusie

De glazenier aan de Notenboomstraat gebruikte een glasplaat die is vervaardigd middels de cilinderglasmethode, zo blijkt uit randfragmenten, onregelmatigheden op het glas en de roestsporen. Middels een diamantsnijder sneed de glazenier deze glasplaat in de benodigde kalibers. Dit leverde glazeniersafval op met een zeer kenmerkende vorm van lange dunne stukken glas of ietwat taps toelopende fragmenten. Sporen van inkrassingen door de diamantsnijder zijn zeer duidelijk langs de randen van deze fragmenten waarneembaar.

Dat het vormen van kalibers middels een diamantsnijder niet altijd goed verliep, wordt duidelijk uit een klein aantal halffabricaten. Op deze fragmenten is de inkrassing van de diamantsnijder goed zichtbaar, maar is het glas niet of slechts voor een deel langs deze insnijding gebroken. Enkele afwijkende fragmenten, zijn stukken vlakglas met een aantal parallel aan elkaar lopende inkrassingen waarlangs het glas soms deels is gebroken. Het is onduidelijk of dit halffabricaten betreft of dat gedacht moet worden aan oefen- of testmateriaal.

In totaal werd 5,9 kilo vensterglas aangetroffen. Dit betrof 2,9 kilo vensterglas met een of meerdere gegruizelde randen en 3,0 kilo met een of meerdere gesneden randen. Voor het gesneden vensterglas is ervoor gekozen om alleen fragmenten met een diamantgesneden rand te beschrijven waarop tevens een afdruk van het lood waarneembaar is. Van deze fragmenten kan namelijk met zekerheid worden gesteld dat het vensterglas is en geen afval.

Voor het gesneden als het gegruizelde vensterglas werden over het algemeen rechthoekige kalibers aangetroffen. Deze kalibers werden middels lood in een simpel patroon in een venster geplaatst. De grote rechthoekige kalibers vormden het centrale deel van een venster en de kleine breukglaasjes de randen. Aan de bovenzijde was al dan niet een sierrand aanwezig in cirkelboogpatroon en een patroon met druppelvormige kalibers.

Naast de rechthoekige kalibers werden enkele fragmenten van ruiten aangetroffen evenals enkele fragmenten die mogelijk als sierrand onder een met ruitpatroon opgevuld venster hebben behoord. De ruiten werden alleen binnen het gegruizelde vensterglas aangetroffen.

Ten slotte werd binnen het gesneden vensterglas enkele zeshoekige kalibers aangetroffen die deel uit hebben gemaakt van een glas-in-loodvenster dat middels het vier-zes-achtkantpatroon was ingedeeld.

Er werden geen aanwijzingen gevonden die erop duidden dat de glazenier het glas brandschilderde. De 20 fragmenten gebrandschilderd glas die werden aangetroffen, kan evenals het vensterglas, worden beschouwd als afval van het vervangen van vensterglas.

Hoe kan een dergelijke kuil worden geduid?

Vanwege de grote hoeveelheid vlakglas kan met zekerheid worden geconcludeerd dat we hier te maken hebben met glazeniersafval. De inhoud van de kuil doet vermoeden dat het hier het afval betreft van het vervangen van vensterglas bij verschillende huizen. Dit vanwege de grote verscheidenheid aan soorten kalibers die elk in een ander patroon waren ingelegd. Het is aannemelijk dat het afval is verzameld door een glazenier die zijn afval hier samen met ander afval (aardewerk, steen, metaal et cetera) heeft gedeponeerd. De kuil wijkt in dat opzicht af van andere afvalkuilen van glazeniers, die over het algemeen niets anders dan vlakglas bevatten.

Zijn er bepaalde type vondsten die specifiek zijn voor diamantgesneden glazeniersafval?

De vondst is een mooi voorbeeld voor onderzoek naar diamantgesneden glazeniersafval. Zeer kenmerkend is het snijafval bestaande uit lange dunne of ietwat taps toelopende fragmenten, sporen van insnijdingen langs de randen en de halffabricaten met een of meerdere insnijdingen. Daarnaast werd geen gruizelafval aangetroffen, zijnde de zeer kenmerkende sikkelvormige fragmenten die in grote aantallen bij gegruizeld glazeniersafval wordt aangetroffen.

Mogelijk zijn de stukken vlakglas met een aantal parallel aan elkaar lopende inkrassingen waarlangs het glas soms deels is gebroken tevens een kenmerk van diamantgesneden glazeniersafval. Verder onderzoek naar dit soort fragmenten en de aan- of afwezigheid in verschillende complexen kan hier hopelijk duidelijkheid over geven.