De onderstaande tekst is een bewerking van het artikel: De glasdepositie Een glazenier in de schaduw van de kerk, in  J. Krijnen en M. van Velzen-Barendsen, De Nieuwstadskerk in Zutphen, 750 jaar bouwgeschiedenis, restauratie, inrichting, Dieren: Diepenmaat Uitgeverij & Ontwerpbureau, 137 – 145

1. Inleiding

In november 1999 werd tijdens een archeologische opgraving aan de Dieserstraat 74 – 80 door het gemeentelijk bureau archeologie van Zutphen een diepe kuil met een enorme hoeveelheid vlakglas aangetroffen (Groothedde, 2003). Deze locatie was waarschijnlijk sinds de tweede helft van de 15de eeuw bebouwd en betrof oorspronkelijk een vakwerkhuis van circa 14,5 x 7,5 meter met een verhoogde begane grond en een zolder. Nadat het huis in 1583, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd verwoest, is het in steen herbouwd. In het midden van de 17de eeuw is het huis gesplitst in twee kleinere woonhuizen. Vanaf de 18de eeuw werden de huizen nogmaals gesplitst naar in totaal vier huizen. In de eeuwen erna werd een verdieping op de huizen geplaatst en werd het perceel achter de huizen met kleine gebouwen volgebouwd.
De diepe kuil met honderdduizenden fragmenten vlakglas werd aangetroffen binnen de muren van het huis aan de Dieserstraat 78. Op basis van de vondstlocatie en de afbeeldingen op het gebrandschilderde glas is geconcludeerd dat het vensterglas grotendeels afkomstig moet zijn uit de Nieuwstadskerk (Van Ruyven-Zeman, 2003). Het gebrandschilderde glas is afkomstig uit verschillende perioden en delen van de kerk: het koor (dat tussen 1450 en 1460 werd gerealiseerd) en de latere uitbreidingen (die tussen 1483 en 1530 zijn gerealiseerd). Een klein deel van het gebrandschilderde vensterglas is mogelijk afkomstig uit profane context. Dit betreffen ronde medaillons met Bijbelse voorstellingen.
De vondst houdt waarschijnlijk verband met de plunderingen door de Staatse en Waalse troepen van Willem van de Bergh na het binnentrekken van de stad op 10 juni 1572 (Te Strake, 1993, p. 52). De Nieuwstadskerk zou evenals andere religieuze gebouwen in Zutphen zijn geplunderd en de gebrandschilderde ramen, met religieuze voorstellingen, kapotgeslagen. In de Zutphense Archeologische Publicaties 8 wordt geschreven dat het lood dat het vensterglas bij elkaar hield, zou zijn verzameld en omgesmolten om loden kogels van te maken (Groothedde, 2003, p. 10). Kerkmeester Johan ter Klocke zou de glasscherven bij elkaar hebben geveegd en begraven hebben in een kuil in het leegstaande huis achter de kerk. Nu blijkt, dat de kuil niet alleen vensterglas maar voor het merendeel ook glazeniersafval bevatte. Het betreft dan ook het afval van de glazenier die hoogstwaarschijnlijk verantwoordelijk was voor het vervangen van het glas in de ramen van de Nieuwstadskerk en hier een tijdelijke werkplaats moet hebben gehad.

Uitsnede van de alle sporenkaart van de opgraving van de Dieserstraat. De kleuren geven de historische fasering aan. Het niervormige blauwe spoor betreft de kuil met glazeniersafval (Groothedde, 2003, p. 7).

2. Productieafval

De glasdepositie betreft voor het merendeel glazeniersafval, een deel onbeschilderd vensterglas en een klein deel (circa 5%) gebrandschilderd vensterglas. Het glazeniersafval is ontstaan bij het versnijden van de grote glasplaten tot kleine glasstukken. De glazenier kraste dan eerst de gewenste vormen in een glasplaat, waarna het glas langs de ingekraste lijnen werd gebroken. De randfragmenten van de glasplaten evenals fragmenten met oneffenheden zijn over het algemeen onbruikbaar als vensterglas.

2.1 Restanten glasplaat

Op basis van deze onbruikbare stukken kan worden geconcludeerd dat de glazenier van de Nieuwstadskerk glasplaten heeft gebruikt die zijn vervaardigd volgens de cilindermethode. Bij deze methode blaast de glasmaker een glazen cilinder, die wordt doorgesneden over de lengte, wordt opengeklapt en op een tafel wordt platgewalst. Binnen deze methode zit enige variatie. Zo kan de cilinder met tangen open worden geklapt. Deze variatie laat lusjes op de glasplaat achter, daar waar met een tang het glas werd vastgegrepen om het te kunnen openslaan. Een andere variatie is het overnemen van de geblazen cilinder op een pontil dat aan de andere zijde van de blaaspijp werd bevestigd. Om dat te bewerkstelligen diende het glas wat ingedeukt te worden. De plek waar het pontil het glas heeft geraakt, laat halfronde littekens achter op de rand van de glasplaat. Andere kenmerkende productiesporen die het gevolg zijn van de cilindermethode betreffen rode sporen van de ijzeren tafel waarop het glas is gladgestreken. Deze sporen zijn met name goed waarneembaar op de verdikte randfragmenten, maar worden tevens aangetroffen op vensterglas (Kaufmann, 2010, pp. 77-102). Tijdens een quickscan van het glazeniersafval werd geen afval aangetroffen van glasplaten die volgens een andere methode zijn vervaardigd.

Glasplaten werden vervaardigd in glashutten in onder meer Duitsland en Frankrijk en via een goed georganiseerd distributienetwerk verspreid (Wouters, 2013, p. 25). Over het algemeen wordt aangenomen dat cilinderglas afkomstig is uit Duitsland en kroonglas uit Frankrijk (Philippe, 2013, p. 107). Vermoedelijk waren de in Zutphen gebruikte glasplaten dan ook afkomstig uit Duitsland. Het merendeel van de gebruikte glasplaten betreft blank of groen getint glas. Er zijn ook randfragmenten aangetroffen van gekleurd glas. Het betreft blauw en Überfang blauw, rood en groen glas.

Productieafval van een glasplaat met lussen daar waar de glazenier met behulp van een tang het nog warme glas heeft opengeslagen.

Productieafval van een glasplaat met een litteken op de rand van een glasplaat daar waar het pontil aan de glasplaat was bevestigd.

Rode sporen aangetroffen op de rand van een glasplaat, werden veroorzaakt door het platdrukken/ walsen van een glasplaat op een ijzeren tafel.

2.2 Gruisafval

Het glas werd in de juiste glasstukken gevormd middels een gruisijzer. Het zogenaamde gruizen leidde tot een kenmerkend sikkelvormig restafval. Het merendeel van de glasdepositie van de Dieserstraat bestaat uit dergelijke sikkelvormige tot halfronde fragmenten. Het gruizen werd systematisch uitgevoerd, zoals aangegeven op een randfragment van een blauwe Überfang-glasplaat. Bovendien werd dit kostbare blauwe Überfangglas zeer secuur gegruisd, om zodoende zo min mogelijk afval te produceren.

Sikkelvormig tot halfrond gruisafval dat zeer kenmerkend is voor productieafval van het gruizen van het glas.

Twee delen van een glasplaat van blauw Überfangglas. De rand werd van rechts naar links gegruisd.

2.3 Verfstaaltjes

Opmerkelijk zijn de vingervormige met zilvergeel beschilderde glasstukken. Dergelijke glasfragmenten zijn ook aangetroffen in glazeniersafvalkuilen aan de Houtmarkt te Zutphen, aan de Bisschopsstraat in Oldenzaal en in Roermond (Van den Bosch, 2017, pp. 103-104). Het betreft vermoedelijk verfproeven. Een opvallende overeenkomst tussen de individuen uit Roermond en de Dieserstraat zijn de breukpatronen die bij enkele fragmenten zijn ontstaan als het gevolg van het snel verhitten dan wel afkoelen van het glas.

Fragmenten van vingervormige glasstukken. Vergelijkbare glasstukken werden aangetroffen in glazeniersafvalkuilen aan de Houtmarkt te Zutphen, in Oldenzaal en in Roermond. Het betreft vermoedelijk verfproeven. Foto: Erfgoedcentrum Zutphen, Inventaris nr.: 523

3. Vensterglas

Het in Zutphen gevonden glas bestaat uit blank (groen getint), gekleurd en gebrandschilderd vensterglas, dat tussen 1300 en 1572 gedateerd kan worden en voornamelijk afkomstig is uit de Nieuwstadskerk. Een klein deel van het gebrandschilderde glas kan tevens afkomstig zijn uit woningen van gegoede burgers, waar gebrandschilderd glas vanaf 1500 steeds vaker de huizen sierde (Wouters, 2013, p. 25). Zoals enkele fijne fragmenten met Bijbelse voorstellingen. Dergelijke fragmenten waren oorspronkelijk bestemd voor woonhuizen en openbare ruimten als gerechtszalen, raadszalen en dergelijke ( Ritsema van Eck, 1999, p. 5).

3.1 Onbeschilderd vensterglas

Het merendeel van het onbeschilderde vensterglas dat is aangetroffen aan de Dieserstraat is blank tot groen getint. Een klein deel is gekleurd. Op basis van een quickscan van het materiaal kan worden geconcludeerd dat het merendeel van de complete glasstukken rechthoekige glaasjes betreft van blank, groen getint en in mindere mate blauw, Überfang blauw, rood en oudroze glas. De onbeschilderde fragmenten glas betreffen over het algemeen zogenaamde breukglaasjes die doorgaans de buitenrand van een raam sierden. De gekleurde rechthoekige glasstukken (evenals een deel van de blank tot groen getinte rechthoekige glasfragmenten) werden waarschijnlijk niet als breukglaasjes gebruikt, maar dienden als een volwaardig onderdeel van een venster.

Een ander groot deel van het onversierde vensterglas betreft (fragmenten van) ruitjes: glasstukken in de vorm van een geometrische ruit, die tezamen een patroon vormden dat ook wel een ‘losange-raam’ wordt genoemd. Daarnaast werden er enkele fragmenten aangetroffen die waarschijnlijk behoorden tot zeshoekige glasstukken die mogelijk een onderdeel vormden van een zogenaamd vier-zes-achtkant raam: een vierkant glasfragment met vier zeshoekige glasstukken eromheen die samen een achtkant vormden (Hulst, 2016, pp. 57-58).

In het midden van een raam werd geregeld ruimte voor een rond glasstuk uitgespaard. Deze ruimte zal zijn opgevuld door een gebrandschilderd glasstuk, een medaillon, dat het focuspunt van het raam vormde. Het valt echter niet uit te sluiten dat deze ruimte door een onbeschilderd fragment glas werd gevuld. Binnen de glasdepositie van de Nieuwstadskerk zijn verscheidene gegruisde fragmenten aangetroffen met een rondlopende rand. Dit betrof voornamelijk ruitjes. Dergelijke stukken glas omsloten een centraal geplaatst rond of ovaal glasstuk. Naast de hierboven beschreven onbeschilderde glasstukken, bevat het onbeschilderde vensterglas tevens glasstukken met een zeer onregelmatige vorm. Het betreft blanke fragmenten glas die een onderdeel vormen van een grotere afbeelding in een glas in lood-raam of de onbeschilderde omlijsting van een gebrandschilderd geheel.

3.2 Gebrandschilderd vensterglas

Het gebrandschilderde glas kon worden gekoppeld aan de uitvoering van belangrijke verbouwingen binnen de kerk (van Ruyven-Zeman, 2020). Het glas werd dan ook geschonken voorafgaand en ter financiering van dergelijke verbouwingen. Dit betrof voor wat betreft het aangetroffen gebrandschilderde glas de voltooiing van het koor (tussen 1450-1460) en de noordbeuk (tussen 1500-1530). Uit archiefbronnen kan worden aangetoond dat de stad een raam schonk van 121 voet groot voor het koor. Op basis van onderzoek naar de heraldische fragmenten wordt geconcludeerd dat de hertog van Gelre (waarvan een gebrandschilderd glasstuk met pauwenveren kan getuigen) en de adellijke familie Van Steenbergen (waarvan een deel van het wapen is aangetroffen in de vorm van een glasfragment met een dubbelstaartige, klimmende en gekroonde gouden leeuw) eveneens ramen schonken, vermoedelijk voor het koor. Daarnaast werden wapenschilden aangetroffen van de families Schimmelpenninck en Van der Capellen.

Naast onderdelen van wapenschilden werd een klein aantal fragmenten aangetroffen die bij grote figuren hebben behoord. Het merendeel van het gebrandschilderde glas behoorde echter toe aan ornamenten die met zwarte contour- en grisailleverf werden geschilderd op ongekleurd glas al dan niet met details in zilvergeel. Dit betrof 15de-eeuwse bandruitjes met geometrische en florale motieven afkomstig uit gotische lijsten langs de randen en stijlen van een raam. De bandruitjes waren over het algemeen uitgevoerd op ongekleurd glas en in een enkel geval op gekleurd glas. Uit de 16de eeuw dateert gebrandschilderd glas in renaissancestijl waaronder groteske ornamenten met bladeren, putti, saters en profielportretten.

Op basis van de foto’s die door Erfgoed Zutphen zijn vervaardigd werden er enkele opvallende verschijnselen opgemerkt die mogelijk het resultaat zijn van secundaire productiesporen van de glazenier. Zeven glasstukken bevatten een duidelijk punt van impact, een drukpunt van waaruit het glas is gebroken (Inventaris nr. DS020, 032, 047, 173, 340, 356 en 365). Het is onduidelijk of dit drukpunt is ontstaan door de glazenier, door de plunderaars of doordat er toevallig een steentje of iets dergelijks met kracht tegen het glas aan is gekomen.

Glasstuk met engel. Rechts van haar gezicht is een punt van impact aanwezig van waaruit het glas is gebroken. Foto: Erfgoedcentrum Zutphen, Inventaris nr.: DS032

Op vier fragmenten zijn inkrassingen waarneembaar langs de breuk (Inventaris nr. DS011, 063, 079, 175 en 477). Dergelijke krassen werden aangebracht om het glas langs de inkrassingen te kunnen breken. Dit veroorzaakt in theorie een rechte breuk. In sommige gevallen werden meerdere inkrassingen aangebracht langs de beoogde breuk. Het glas had weleens de neiging om niet exact op de inkrassing te breken. Het meermaals inkrassen van het glas beperkte het risico dat het glas foutief zou breken.

Glasstuk met de poot van een dier. Aan de onder- en linkerzijde van het bovenste fragment zijn inkrassingen waarneembaar. Naar: Erfgoedcentrum Zutphen, Inventaris nr.: DS079

Een zestal fragmenten lijkt als stopstuk te zijn gebruikt (Inventaris nr. DS082, 128, 153, 441, 489 en 511). Dergelijke over het algemeen kleine, smalle fragmenten hebben oorspronkelijk tot een groter geheel behoord en zijn later hergebruikt om onderdeel uit te maken van een nieuw paneel. De stukken kenmerken zich door een incomplete afbeelding met langs alle zijden gegruisde randen.

Glasstuk dat vermoedelijk is hergebruikt als stopstuk. Foto: Erfgoedcentrum Zutphen, Inventaris nr.: DS082

Een tweetal fragmenten zijn fragmenten met inkrassingen. Het betreft mogelijk een onderdeel van tekst (Inventaris nr. DS437). Dergelijke fragmenten doen sterk denken aan fragmenten die werden aangetroffen in Oldenzaal en die als administratie, mogelijke in klad, van de glazenier hebben gediend. De fragmenten zijn dusdanig klein dat er niet met zekerheid kan worden geconcludeerd dat het inderdaad een tekst betreft of dat het enkele losse krabbels zijn.

Vlakglas met inkrassingen, mogelijk letters. Foto: Erfgoedcentrum Zutphen, Inventaris nr.: DS437

4. Conclusie

Ter plaatse van het adres Dieserstraat 78 is een grote kuil aangetroffen met vlakglas. Het betreft enerzijds het restafval van het bijsnijden van de glasplaten in kleine glasstukken, en anderzijds gebrandschilderd, onbeschilderd en gekleurd vensterglas dat werd verwijderd door de glazenier om te vervangen voor nieuw vensterglas. Het vervangen van de ramen van de Nieuwstadskerk moet een flinke klus zijn geweest, waarvoor de glazenier waarschijnlijk een tijdelijke werkplaats heeft geïnstalleerd in de schaduw van de kerk.

De ramen werden waarschijnlijk voor een deel in juni 1572 vernield bij de plunderingen van de Nieuwstadskerk door de Staatse en Waalse troepen, maar de omvang van de toenmalige schade is onduidelijk. Na de plunderingen zal niet direct een glazenier zijn ingeschakeld om de ruiten te vervangen. In de roerige tijd die erop volgde, lijkt het niet logisch om zoiets breekbaars als vensterglas opnieuw te installeren met het risico dat deze ramen spoedig opnieuw kapotgeslagen zouden worden. Een glazenier zal waarschijnlijk na 31 mei 1591 zijn ingehuurd, nadat prins Maurits als Stadhouder de stad op de Spanjaarden heroverde en er een rustige periode aangebroken was.

Op basis van archiefonderzoek kan worden vastgesteld dat het terrein waar de glasdepositie werd aangetroffen tussen 1583 en 1600 onbebouwd was. Het huis dat hier stond is in 1583 verwoest en tussen 1600 en 1608 werd een nieuw, stenen huis gebouwd. Het is goed mogelijk dat de glazenier een kuil op het braakliggende terrein heeft gegraven om daar zijn glas te deponeren. Daaropvolgend kan worden geconcludeerd dat de glazenier tussen 1583-1600 op of in de buurt van de glasdepositie zijn werkplaats zal hebben ingericht om het vensterglas van de Nieuwstadskerk te vervangen.

De glazenier moet zich met name met de nieuwe vensters van de Nieuwstadskerk hebben beziggehouden. Enerzijds moest het vensterglas vervangen worden omdat het waarschijnlijk grotendeels vernield was; anderzijds wisselde de Nieuwstadskerk in die tijd van geloofsstroming. Naast de noodzaak om vernield vensterglas te vervangen, werd mogelijk meteen de eventueel nog bewaard gebleven oude beglazing met katholieke iconografie vervangen voor een stijl en beeldtaal die paste bij de protestanten. Het is echter ook mogelijk dat dit pas in 1646 gebeurde. In dat jaar werd de Nieuwstadskerk namelijk voorzien van nieuwe gebrandschilderde ramen nadat de kerk het jaar ervoor in gebruik was genomen voor de protestantse godsdienstuitoefening (Van Leeuwen, 2020).

Op basis van het glazeniersafval kan worden geconcludeerd dat de glazenier aan het eind van de 16de eeuw naast blank en groen getint glas ook gekleurd glas heeft gebruikt. Op basis van het aantreffen van de vingervormige met zilvergeel beschilderde glasstukken kan bovendien worden geconcludeerd dat de glazenier het glas waarschijnlijk ook brandschilderde. Daarnaast lijkt de glazenier in die tijd tevens enkele ramen te hebben vervangen voor gegoede burgers, zo blijkt uit het aantreffen van enkele fragmenten gebrandschilderd glas die te relateren zijn aan woonhuizen. Mogelijk waren deze burgers wel verbonden aan de kerk.